Tijdens de corona-schoolsluitingen waren online lessen een ‘noodzakelijk kwaad’ om het recht op onderwijs te garanderen. Veel leerlingen en leerkrachten beschikten toen niet over de nodige uitrusting en vaardigheden om voluit van dit afstandsonderwijs te kunnen genieten. Twee jaar later kwamen er met de Digisprong heel wat extra middelen om die digitale kloof aan te pakken. Genoeg om van afstandsonderwijs ook na corona een blijver te maken in het secundair onderwijs? We zetten kansen en uitdagingen op een rij.

Een wettelijk kader voor afstandsonderwijs

Scholen hebben, met vallen en opstaan, heel wat ervaring opgedaan met afstandsonderwijs. Enkele secundaire scholen willen daarom ook na corona deze werkvorm verder gebruiken ter afwisseling van de gewone lessen. Hiervoor is nu een wettelijk kader gemaakt, met voorwaarden en verplichtingen voor online lessen.

Secundaire scholen kunnen nu in de eerste graad tot 20% online lessen organiseren. In de tweede graad loopt dit op tot 30%, in de derde graad tot 40%. Het afstandsonderwijs zal dus altijd in combinatie met contactonderwijs moeten worden aangeboden. De online lessen zullen voor individuele leerlingen of voor een hele groep kunnen worden georganiseerd. Dit kan zowel thuis als op school doorgaan.

Waarom wel of niet kiezen voor afstandsleren?

Alles begint met de juiste motivering. Wanneer een school een duidelijke visie heeft over de voordelen van afstandsleren, die keuze grondig bespreekt met leerlingen en ouders en erover waakt dat iedereen mee is in dat verhaal, kunnen de online lessen een positieve keuze zijn. Leerlingen kunnen meer onderwijs op maat volgen en de afwisseling kan hun motivatie verhogen. De online lessen kunnen leerlingen ook beter voorbereiden op het hoger onderwijs.

Wanneer scholen het afstandsonderwijs eerder onvoorbereid inzetten als een (tijdelijke) oplossing voor het personeelstekort of om de energiekosten te drukken, bestaat het risico dat er geen sprake meer kan zijn van kwaliteitsvol onderwijs voor elke leerling.

LEES OOK > Gebrek aan schoolmotivatie: hoe kan ik mijn kind motiveren bij afstandsonderwijs?

Afstandsonderwijs kan enkel onder bepaalde voorwaarden

In de nieuwe regelgeving is er altijd sprake van ‘interactief’ afstandsonderwijs. Leerlingen en leerkrachten moeten dus in ieder geval interactie hebben met elkaar, tijdens de online lessen of op een ander moment. Die nabijheid is in het onderwijs heel belangrijk. Scholen moeten de visie en doelen voor afstandsonderwijs duidelijk omschrijven en afspraken maken in het schoolreglement.

Elke leerling moet kunnen deelnemen aan deze interactieve online lessen. Wanneer dit om bepaalde redenen niet van thuis uit mogelijk is, moet die leerling op school de afstandslessen kunnen volgen. Leerlingen die tijdens contactonderwijs recht hebben op extra ondersteuning – de zogenaamde ‘redelijke maatregelen’ – hebben dit recht ook tijdens het afstandsleren. Wanneer dit niet haalbaar is, moet er voor die leerlingen contactonderwijs blijven bestaan.

De digitale kloof is nog niet gedicht

Het wettelijke kader lijkt tegemoet te komen aan heel wat knelpunten van afstandsonderwijs. Toch is het nodig om deze evolutie goed in de gaten te houden. Een eerste evaluatie van de onderwijsinspectie van de Digisprong bij scholen, leerlingen en ouders in oktober 2022 is echter weinig geruststellend.

Amper de helft van de scholen vindt dat ze voldoende middelen heeft om een eigen digitaal beleid te voeren. Minder dan de helft van de ICT-coördinatoren vindt dat het schoolteam voldoende technische kennis en vaardigheden heeft om ICT te gebruiken in de les. Ouders en leerlingen voelen zich onvoldoende gehoord en heel wat scholieren mogen de laptop van school niet mee naar huis nemen. Maar een kwart van de scholen gebruikt ‘adaptief’ digitaal leermateriaal, aanpasbaar aan de noden van een leerling. De voorwaarden voor kwaliteitsvol afstandsonderwijs zijn dus nog lang niet overal aanwezig.

LEES OOK > Vul een brooddoos tegen honger op school: ’Armoede zit zo dichtbij als de klasgenootjes van onze kinderen’

Ook online onderwijs vraagt nabijheid

Nabijheid van leerlingen en ouders voor en tijdens het afstandsleren is een noodzakelijke sleutel tot succes. Niet alleen in de ouderraad, leerlingenraad, schoolraad of door het ondertekenen van het schoolreglement, maar als dagdagelijkse praktijktoets. Lukt het om bij de les te blijven tijdens de onlinelessen, wanneer is er sprake van spijbelen, wat met ongevallen thuis, is de ondersteuning op afstand gelijk aan die op school, voelen leerlingen zich nog voldoende deel van de klasgroep? Ouders en leerlingen moeten hun ervaringen met online lessen altijd kunnen delen met de school, en indien nodig ook een kanaal hebben voor klachten.

Het belang van fysieke interactie kan nooit overschat worden. Zowel het live contact met de leerkracht die uitlegt, motiveert, inspireert, en bijstuurt waar nodig, als het ontmoeten van klasgenoten op school. Dat bleek in coronatijden een groot gemis. Diezelfde persoonlijke interactie waarmaken tijdens het online leren is een grote, en voor sommige leerkrachten en leerlingen misschien zelfs onmogelijke uitdaging. Zeker voor de jongere leerlingen in de eerste graad, die nog moeten wennen aan het secundair onderwijs, is afstandsonderwijs niet aangewezen. In tijden waarin het mentaal welbevinden van onderwijspersoneel en leerlingen onder druk staat, is dit toch wel een heel belangrijk aandachtspunt.

Volg de Gezinsbond ook op FacebookTwitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 08/11/2022

Tags: , ,