Op 1 september 2019 gaan de nieuwe eindtermen in voor de eerste graad secundair onderwijs (‘het middelbaar’). Samen met andere organisaties en experts, werkte de Gezinsbond mee aan de invulling van deze eindtermen. Wat is er veranderd en waarvoor dienen deze eindtermen? Dit moet je als ouder weten:

Wat zijn eindtermen?

Eindtermen zijn de minimale vaardigheden die leerlingen moeten hebben als ze de schoolbanken verlaten. Dit gaat zowel over pure kennis, praktische vaardigheden als attitudes. Met andere woorden: wat ze moeten weten, wat ze moeten kunnen doen en hoe ze zich moeten gedragen. Alles dus dat je kind voorbereidt op een zelfstandig leven in ons samenleving.

In totaal gaat het in de eerste graad over 382 eindtermen. Dat klinkt veel, maar is toch een serieuze afzwakking: er waren 688 ‘oude’ eindtermen.

Waarom zijn er nieuwe eindtermen?

De vorige reeks eindtermen dateert van 20 jaar geleden, toen er van computer en internet nauwelijks sprake was. Alleen al op vlak van computervaardigheden, digitale kennis en mediawijsheid is er dus enorm veel veranderd en dat moet weerspiegeld worden in de doelen voor het onderwijs.

Deze reeks nieuwe eindtermen is nog maar het begin: de eindtermen voor 2e en 3e graad secundair onderwijs moeten nog gemaakt worden en zullen voortbouwen op deze reeks. Uiteindelijk zal er voor het hele onderwijs (van kleuter tot en met secundair onderwijs) een reeks ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden opgesteld, die inhoudelijk samenhangen en voortbouwen op elkaar.

Is er veel veranderd?

Ja, toch wel. Deze nieuwe eindtermen zijn niet zomaar de ‘oude’ die een beetje werden herschreven en aangevuld. De hele opbouw van de eindtermen is aangepakt. Er zijn vier grote veranderingen:

1) 16 ‘sleutelcompetenties’

De eindtermen zijn opgebouwd rond 16 zogenaamde sleutelcompetenties. Dat zijn de kernvaardigheden die de leerlingen moeten kennen en kunnen om in de samenleving te kunnen functioneren. Klassiekers zoals wiskunde, Nederlands en talen, maar ook burgerschap, kennis over gezond zijn en leven en historisch bewustzijn.

Twee ‘nieuwere’ competenties vond de Gezinsbond heel belangrijk: digitale vaardigheden en mediawijsheid en financiële vaardigheden. We zijn dan ook tevreden dat deze de lijst hebben gehaald. De volledige lijst sleutelcompetenties lees je hier.

2) Niet meer vakgebonden

De eindtermen zijn niet meer gelinkt aan een vak, ze zijn nu allemaal ‘vakoverschrijdend’. Scholen kiezen zelf hoe en in welke vakken welke eindtermen worden ingevuld.

3) Basisgeletterdheid

Nieuw is ook het principe van basisgeletterdheid. Op het einde van de eerste graad (1e en 2e jaar middelbaar) moet élke leerling, 23 eindtermen halen. Deze zijn verdeeld over 4 competenties: wiskunde, Nederlands, digitale vaardigheden en mediawijsheid en financiële vaardigheden. Deze vaardigheden zijn wat minimaal nodig is om in onze samenleving zelfstandig te kunnen functioneren.

Voor de andere eindtermen geldt dat de meeste leerlingen de meeste moeten behalen, met uitzondering van de 14 eindtermen over gedrag (de zogenaamd ‘attitudinale eindtermen’). Die zijn na te streven.

4) Kennis

Wat minimaal gekend moet zijn, wordt voor elke eindterm vastgesteld in concrete doelen. Dat zorgt ervoor dat beter te testen is of gekend is wat gekend moet zijn.

Hoe zal het behalen van de basisgeletterdheid en de eindtermen worden getest?

Dat is nog totaal niet duidelijk. Elke school is vrij om te beslissen hoe en wanneer dit wordt getest: bij dagelijks werk, bij kleine of grote toetsen of beiden. De inspectie houdt hier wel toezicht op. Voor de basisgeletterdheid wordt verwacht dat er streng wordt toegekeken, omdat het de bedoeling is dat elke leerling hier het minimum haalt.

Is deze aanpassing van de eindtermen voldoende?

Er zijn goede stappen gezet richting eindtermen die onze kinderen beter voorbereiden op het leven zoals het is. De eindtermen zullen om de zoveel tijd ook worden geëvalueerd en eventueel geüpdatet.

Maar voor de Gezinsbond gaan de eindtermen wat betreft financiële geletterdheid nog niet ver genoeg. Ook in de tweede en derde graad moet financiële geletterdheid aan bod komen én uitgebreid worden met een vak financiële vorming. Dit moet leerlingen worden leren over de gevolgen van de financiële beslissingen die ze later in hun leven zullen nemen. Tegelijk moet ook de financiële kennis van leerkrachten worden opgekrikt. Dit kan met een vak ‘financiële educatie’ in de lerarenopleidingen. Zo wil de Gezinsbond wil gezinnen beter beschermen tegen slechte financiële beslissingen.

Lees meer

*De overstap naar het middelbaar valt niet te onderschatten

* Hoe duur is het middelbaar?

En: Wat je als ouder moet weten over smartschool

Tags: , ,