‘Ik heb nooit veel zelfvertrouwen gehad. Op school ben ik jarenlang gepest geweest en dat heeft zijn sporen nagelaten. Ik vond mezelf altijd al te dik, kon nooit tevreden zijn met hoe ik eruit zag. Toen iemand op de dansschool dan ook nog eens opmerkingen maakte over mijn gewicht, ging het van kwaad naar erger.’ Charlotte is achttien. Samen met haar mama blikt ze terug op een zware tijd. Haar bikkelharde strijd tegen anorexia.

Strijd tegen anorexia

Charlotte: “Dansen was mijn leven, elk vrij uur zat ik op de dansschool. Jammer genoeg liep daar een man rond van wie ik af en toe te horen kreeg dat ik eigenlijk toch te dik was.” Begon daar haar strijd tegen anorexia?

Wanneer de T-shirts voor de show uitgedeeld werden, riep hij: ‘Wie er niet inkan, doet niet mee met de show. Je hebt het gehoord hé Charlotte!’ En toen we na een grote repetitie allemaal samen frietjes gingen halen, gaf hij de opmerking: ‘Zou je dat wel doen, Charlotte? Het is nog twee weken voor de show, er kan toch zeker nog vier kilo af? Dat oogt veel mooier op het podium.’

En dat zei hij dus waar iedereen bijstond…”

Het begint met een dieet

Charlotte: “Ik had genoeg van die opmerkingen en begon met een dieet: ik liet alle snoep en frisdrank links liggen en ging regelmatig op de trilplaat staan om calorieën te verbranden. Als ik dan toch eens een snoepje at, voelde ik me ontzettend schuldig. Zo schuldig… dat ik het weer ging uitbraken. Ik weet zelf niet hoe ik daartoe gekomen ben, maar ik deed het.

Op den duur ging ik ook overgeven wanneer ik ’s avonds het gevoel had nogal vol te zitten. Na een maand tijd was ik op die manier tien kilo vermagerd. Veel te snel en veel te veel, maar ik voelde me gelukkig met dat nieuwe gewicht. Het werd grote vakantie en ik herpakte me: ik stopte met overgeven, at zonder schuldgevoel al eens een snoepje en kwam weer een paar kilo’s bij.

Een paar maanden later hoorde ik iemand enthousiast vertellen over het dieet van Weight Watchers en ik besloot om dat ook te proberen. Het werkte heel goed: na vier weken was ik drie kilo afgevallen en zat ik eigenlijk op een ideaal gewicht voor mijn lengte. Maar ik kon het diëten niet loslaten: ik durfde niet meer gewoon te eten en ging alles heel nauwgezet afwegen.”

Macht & controle

Mama: “Natuurlijk merkte ik dat er iets aan de hand was met Charlotte. Ik had haar al een paar keer betrapt toen ze aan het overgeven was maar had er geen idee van dat ze het zo vaak deed. Ze was heel inventief.”

Charlotte: “Uit schrik dat ze iets zouden merken, gaf ik soms over in een plastic zak die ik dan bij het huisvuil gooide. Ik verstopte aardappels en vlees in een stukje papier, stak dat in mijn broekzak en gooide het later weg. Op restaurant moffelde ik hele porties weg in mijn handtas. Ik was voortdurend bezig met voedsel: ik haalde stapels kookboeken in de bib, bakte cakejes, keek naar kookprogramma’s en wou thuis altijd het eten klaarmaken. Soms ging ik gewoon ruiken aan chocolade of aan chips, zonder ervan te proeven.”

Controle

Mama: “Charlotte voelde zich op heel wat vlakken onzeker, maar over haar eten had ze controle. Daarover besliste zijzelf en niemand anders. Het gaf haar een gevoel van macht: ‘Kijk, ik zie al die lekkere dingen liggen maar kan eraf blijven. En de anderen kunnen dat niet.’ Ik begreep dat, ik heb tijdens mijn puberteit ook een periode gehad waarin ik veel te streng aan het diëten was. Je zit niet goed in je vel maar je kunt je toch even optrekken aan dat machtsgevoel, aan die euforie.”

Charlotte:Klopt, ik vond dat geweldig: op school zat het meisje naast mij een broodje te eten, en ik kon daaraan weerstaan. Ik checkte of ik het minste at van iedereen, en dan voelde ik me goed. Het ging van kwaad naar erger. In het begin nam ik nog honderd gram aardappelen, daarna tachtig, dan zestig… Na een tijdje at ik alleen nog groenten. Ik bleef overgeven en bleef vermageren.”

Mama: “Charlotte kon en wou er niet over praten, ze zat helemaal vast. Ik heb lang geprobeerd om haar te helpen, ben met haar naar de dokter gegaan, heb met een psycholoog gebabbeld… maar ze stond niet open voor hulp.”

Charlotte: “Iedereen zag dat ik ziek was, maar ikzelf had het niet door. Ik wist wat ik deed, en toch plakte ik daar het woord ‘anorexia’ niet op. Ik vond mezelf nog altijd mollig, ik zag gewoon niet hoe mager ik geworden was. Als ik nu een foto zie van die periode, snap ik dat niet. Ik weet echt niet wat er toen in mijn hoofd omging.”

Schrik dat ik weer zou moeten eten

Mama: “Ik ondernam elke dag pogingen om haar toch te doen eten, probeerde haar op alle mogelijke manieren te motiveren, maar het lukte niet. Dat gevoel van machteloosheid vond ik het zwaarste, moeten toezien hoe Charlotte aftakelde en niet geholpen wou worden. Ontzettend frustrerend.

“Ik zag al die symptomen: ze had geen fut meer, geen kleur meer in haar gezicht. Als je te weinig voedsel binnenkrijgt, worden je vitale organen zolang mogelijk beschermd, maar alle ‘uiteinden’ krijgen het koud. Dat was bij Charlotte het geval: haar gezicht, handen en voeten voelden voortdurend koud aan. Haar vingers en tenen werden zelfs wat blauwachtig van kleur. Het kon zo niet verder, ik was bang dat ik haar moest laten opnemen in een ziekenhuis.”

> Als je kind een eetstoornis heeft: wat kan je als ouders doen?

Charlotte: “Op een bepaald moment kon ik niet meer. Doordat ik zo mager geworden was, zag ik zwarte plekken voor mijn ogen. Ik kon niet meer dansen, niet meer deelnemen aan de sportlessen op school, raakte nauwelijks de trap op. Wanneer ik thuiskwam van school, moest ik in de zetel gaan zitten, compleet uitgeput. Ik kreeg op verschillende plaatsen zwarte donshaartjes, een reactie van mijn lichaam tegen de kou. Ik ging niet meer uit, sprak niet meer af met vrienden, zat gewoon thuis. Die toestand heeft toch wel een paar maanden aangesleept.

“Het keerpunt kwam op een heel moeilijke avond, een avond waarop alles in elkaar leek te storten en ik me ontzettend slecht voelde. Ik was even ervoor tijdens de dansles door mijn benen gezakt, had problemen met mijn lief en besefte dat ze thuis doorhadden wat er scheelde met mij. Dat laatste maakte mij enorm nerveus: ik zou moeten stoppen met overgeven, ik zou weer verdikken! En net die avond betrapte mijn zus me op het toilet. Ze ging het meteen aan mama vertellen. Ik besefte dat het zo niet langer kon en besliste dat ik geholpen wou worden.”

Hulp & klik

Mama: “We hebben toen contact gezocht met de mensen van Nieuw-Eetverbond in Gent en lieten Charlotte daar begeleiden.”

Charlotte: “Sinds die bewuste avond zag ik in dat er iets moest veranderen. Ik ging elke week naar Nieuw-Eetverbond, waar ze een schema voor me opstelden. Eerst moest ik naar school een koek meenemen als tussendoortje, daarna een extra sneetje brood, om zo stap voor stap weer gewoon te leren eten. In het begin was het lastig. Ik had het moeilijk om mij aan dat schema te houden, gooide meer stukken koek op de grond dan dat ik er opat. Maar de mensen van Nieuw-Eetverbond begrepen dat. Ze legden geen druk en bleven met mij babbelen.

Na een tijdje voelde ik me echt goed bij hen en begon ik hun adviezen beter op te volgen. Op een bepaald moment heb ik ook echt een klik kunnen maken. Mama en papa waren die dag ergens een kaarsje gaan branden voor goed geluk bij de examens, dat is een soort traditie in onze familie.

’s Avonds kwam mama nog even bij mij op bed zitten, en ik zei: ‘Morgenvroeg verandert alles. Ik ga een boterham met choco eten zoals vroeger, en ‘s middags twee sneetjes brood in plaats van dat kleine hapje.’ En zo ben ik op korte tijd weer min of meer normaal beginnen te eten.”

Begrip & onbegrip

Charlotte: “Ik ben door mijn eetstoornis enkele schoolvriendinnen kwijtgeraakt: ik had het zo koud dat ik nooit meer met hen meeging op de speelplaats, had de energie niet om iets te ondernemen. Daardoor begon ik meer en meer uit de groep te liggen. Aan mijn mama heb ik in heel die periode het meest gehad, op school wist ik gewoon niet hoe ik erover moest beginnen.

Anorexia… ik had er al vaak over gehoord maar nooit gedacht dat het mij zou overkomen. Wanneer ik vroeger zo’n mager meisje zag lopen, dacht ik dat het gewoon draaide om aandacht trekken. Tot je er zelf middenin zit. Het is een ziekte, maar veel mensen beschouwen het als iets dat je jezelf aandoet. Ze begrijpen het niet, denken: ‘Komaan, eet wat meer en het is toch opgelost?’”

Mama: “Charlotte en ik hebben enorm veel gepraat, ik begreep haar en kon inschatten hoe ze zich voelde. Ik wou haar troosten en er zijn voor haar, maar een tiener moet eigenlijk met leeftijdgenoten optrekken, hé. Op den duur hing ze té sterk aan mij. Er waren ook momenten dat ik me echt kwaad maakte op Charlotte. Uit paniek en onmacht vooral, soms hoorde ik haar overgeven op het toilet maar kon ik niet bij haar omdat ze de deur op slot gedaan had…

Anorexia heeft lange tijd een grote invloed gehad op ons gezin. Alles draaide rond voedsel: ‘Wat gaan we klaarmaken? Hoe kunnen we Charlotte doen eten?’ We stonden een beetje geïsoleerd, konden aan heel wat dingen niet meer deelnemen. Charlotte verdroeg niet dat iemand toekeek terwijl ze at en wou dan met haar bord ergens apart gaan zitten. We hadden elkaar, maar er viel een groot deel van ons sociaal leven weg.”

Beter & sterker

Charlotte: “Ik kan zeker niet zeggen dat ik ervan af ben. De kilo’s die er nu bijgekomen zijn… ik heb het daar moeilijk mee en volg daarom weer het dieet van Weight Watchers. Ik ben wel véél minder streng voor mezelf, want ik ben bang om te hervallen. Soms, als ik iets gegeten heb waarvan ik denk dat het te zwaar of te veel was, flitst het wel eens door mijn hoofd: ‘Hoe makkelijk zou het nu zijn om naar het toilet te stappen en het te laten verdwijnen…’ Maar ik doe dat niet meer.”

Mama: “Op emotioneel vlak heeft ze nog een weg te gaan. Ik zou willen dat ze af en toe met een psycholoog gaat babbelen, maar zij ziet dat niet zitten. Het is nochtans belangrijk dat ze aan haar zelfbeeld werkt, want dat zit echt nog niet goed.”

Charlotte: “Klopt, ik heb nog wat werk voor de boeg. Niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk: mijn maag, darmen en lever werken niet zoals het moet. Mijn vertering gaat heel traag. De dokter heeft gezegd dat het nog een tijdje kan duren voor alles weer normaal functioneert.
Maar kijk vanwaar ik kom en waar ik nu al sta. Het gaat sowieso op elk vlak beter met mij: ik ga regelmatig uit en ben weer beginnen dansen, maar wel in een andere dansschool.

“Mijn omgeving weet dat ik anorexia gehad heb, het komt nog regelmatig ter sprake. Erover vertellen werkt therapeutisch: ‘Oké, ik heb die ziekte gehad maar ik heb ze overwonnen!’ Ik ben door heel dit verhaal serieus veranderd: ik heb mensenkennis opgedaan en ben een pak sterker geworden. Ik laat niet meer met mijn voeten spelen.”

> Tiana over haar strijd tegen boulimie

Deze getuigenis werd eerst gepubliceerd in BOTsing 56 met als thema ‘Aan tafel’. BOTsing is een bijzonder boeiend blad dat vier maal per jaar verschijnt voor leden van de Gezinsbond met tieners in huis. Zin in BOTsing? Klik hier!

Blijf op de hoogte

Gepubliceerd op:

Tags: , , , , ,