Fatima vertelt het bijzondere verhaal van haar zoon A.: over zijn kinderjaren, zijn plotse vertrek en de immense onzekerheid waarmee ze sindsdien leeft. Dit verhaal gaat niet over godsdienst, extremisme of politiek, maar wel over het verdriet van een moeder. Een verdriet dat geloof en grenzen overstijgt.

“Wanneer iemand me vraagt hoeveel kinderen ik heb, blokkeer ik soms even. Maar dan herpak ik me en antwoord ik dat ik mama ben van drie. Ze zijn nu 22, 14 en 12. Mijn oudste zoon heb ik al vier jaar niet meer gezien. De dag na zijn achttiende verjaardag is hij vertrokken naar Syrië.” Nu vertelt Fatima haar verhaal als mama van een Syriëstrijder:

Leven zoals iedereen

Fatima: “Toen A. een jaar of zes was, ben ik gescheiden van zijn papa. We beslisten dat hij bij mij zou blijven wonen. Ik gaf hem een heel gewone opvoeding, een mengelmoes van de Arabische en de westerse cultuur.

Omdat we moslims zijn, hielden we ons aan het gebed en aan de vasten, maar we trokken op met iedereen en leefden een leven zoals de meeste mensen hier in België. Af en toe naar de cinema, regelmatig iets gaan drinken, twee keer naar Disneyland Parijs … we kwamen niets te kort.”

Een rustige puberteit

Fatima: “Tijdens zijn puberteit was hij eigenlijk een vrij rustige jongen. Een goeie student, behulpzaam, lief voor zijn halfbroer en halfzus. Het enige probleem was dat het niet klikte mijn tweede echtgenoot. A. vond ons te streng en wou bij zijn echte vader gaan wonen omdat hij daar meer vrijheid zou krijgen. Ik heb uiteindelijk toegestemd omdat ik voelde dat hij bij ons ongelukkig werd.

Ik schuif de schuld zeker niet naar zijn vader, maar vanaf dan is het eigenlijk allemaal begonnen. Na een tijd merkte ik dat zijn kledij veranderd was: hij droeg ineens van die lange kleren. Hij begon ook iets meer te bidden.

Toch maakte ik me geen zorgen, ik dacht dat het met zijn puberteit te maken had. Hij sprong nog altijd regelmatig bij ons binnen, zat niet aan de drugs en kwam nooit in aanraking met het gerecht. Zoals ze bij de federale politie later opmerkten: A. was echt een brave jongen. En toch is hij naar Syrië vertrokken.”

Achttiende verjaardag

Fatima: “De dag van zijn achttiende verjaardag was hij zoals elke week zijn broertje komen halen om samen iets leuks te doen. Ik keerde net terug van mijn werk toen ze thuiskwamen van hun wandeling.

A. zag er goed uit: hij droeg een short, een pet en een T-shirt. ‘Oef, hij heeft zich herpakt’, dacht ik. Toen ik hem wou hem knuffelen, moest hij ineens weg.

Ik zei: ‘Komaan A., ik heb je achttien jaar geleden op de wereld gezet! Dit is een speciale leeftijd en een speciale dag!’ Maar hij kon me niet aankijken, was gehaast, wou gaan studeren voor zijn examens. ‘Nee mama, ik moet weg.’ En hij vertrok. Ik had hem amper vijf minuten gezien.”

Brief in de bus

Fatima: “Op zaterdag belde zijn vader mij op. Of hij onze zoon kon spreken. A. had hem blijkbaar wijsgemaakt dat hij bij ons bleef slapen. Eerst ging ik er gewoon van uit dat hij zijn verjaardag gevierd had en zwaar blijven plakken was met zijn vrienden.

Tot ik de dag erop die brief vond in mijn bus:

‘Liefste mama, bedankt voor alles en sorry voor alles. Jij bent degene die ik het liefste zie. Ik ben naar Syrië getrokken om de moslims daar te helpen. Moslims die vernederd, verkracht en vermoord worden. Mensen zoals jij en ik. Ik kon het niet meer aanzien. Ik doe dit ook voor Allah. Geef mijn broer en zus een dikke knuffel en zeg ‘dank u’ aan mijn stiefvader. Vertel niets aan de politie en neem het mijn papa niet kwalijk …’

Daarnaast schreef hij ook nog dat het zijn eigen beslissing was, dat niemand hem gebrainwasht had. Toen ik die brief las, stortte mijn wereld in. Ik was hysterisch.”

Naar de politie

Fatima: “Hoewel ik eerst twijfelde, ben ik met die brief toch naar de politie gegaan … en voelde ik mij de verrader van mijn eigen kind. De eerste agent aan wie ik mijn verhaal deed, reageerde heel cru: ‘Je weet wat Bart de wever heeft gezegd, hé. Wie vertrokken is, moet niet meer terugkomen.’ Ik antwoordde: ‘Ik ben hier niet voor Bart De Wever maar voor mijn zoon.’

De mensen van de federale politie reageerden wél op een meelevende manier. Ze kwamen naar mijn huis om een PV op te maken, wat dan werd doorgegeven aan het parket.

We waren allemaal in shock. Ik leefde in een waas. Zijn broer en zus … hun grote vriend was weg. Hij had niemand van ons op de hoogte gebracht. Ook zijn papa wist niet van zijn plannen af.”

Hemel vs. hel

Fatima: “Een paar dagen na zijn vertrek belde A. mij op. Ik was in alle staten en gilde: ‘Wat heb je mij aangedaan?!’ Hij antwoordde: ‘Ik heb dat voor jou gedaan, mama. Als ik hier sterf, kan ik zoveel mensen meenemen naar de hemel, en jij bent de eerste.’ Ik riep dat ik hem naar de hel zou brengen: ‘Je brengt me zoveel verdriet! Ik wil jouw hemel niet!’

Op dat moment was ik zelfs kwaad op God, ik verweet Hem dat Hij mijn zoon had afgepakt. Later heb ik daarvoor wel vergiffenis gevraagd, ik kwam tot het besef dat het niet God was die me mijn zoon had afgepakt, het zijn ménsen die dat op hun geweten hebben. En op die mensen was en ben ik nog altijd woedend.”

Gebrainwasht

Fatima: “Het feit dat A. in zijn brief expliciet vermeldde dat hij niet gebrainwasht was, bewijst dat het wél zo is. Dat is achteraf ook duidelijk gebleken. A. was één van de eerste jonge gasten die – vooral online – geronseld werden om naar Syrië te trekken.

Ik heb nadien in de krant gelezen dat die ronselaars geld kregen per jongere die ze naar daar konden sturen. Mijn zoon is verkocht voor een bedrag tussen drieduizend en negenduizend euro …

In het begin ging het er bij mij echt niet in: hoe had mij zomaar kunnen verlaten? Maar toen ik ontdekte wat voor mechanisme achter zo’n brainwash zit, kon ik het begrijpen. Ze overspoelen die jongeren met beelden van Syrië, van zwaar onrecht dat mensen daar wordt aangedaan. Aan de telefoon zei hij: ‘Als België in oorlog is, zou je toch graag hulp willen, mama?'”

Een totaal andere wereld

Fatima: “Wat ik ook zei, ik drong niet door. Hij klonk als een robot en citeerde verzen uit de Koran. Ik merkte ook dat er iemand bij hem stond, één van de ‘broeders’ die hem instrueerde wat hij mocht zeggen en wat niet.

Hij leeft daar in een totaal andere wereld en is op een totaal andere manier beginnen te denken. ‘Als ik hier sneuvel, tja, dan ga ik naar de hemel.’ Een mensenleven is er niets waard.

Via-via kwam ik te weten dat hij in het begin spijt had dat hij vertrokken was. Hij wou zelfs terugkomen maar de broeders hebben hem tegengehouden. Ze hebben hem wijsgemaakt dat hij hier niet meer aanvaard zou worden en dat hij naar Guantánamo zou gestuurd sturen. En de broeders liegen niet volgens hem, die hebben altijd gelijk …”

Doodverklaringen

Fatima: “In het begin was ik echt geobsedeerd door het nieuws, ik kocht alle kranten en ik dacht hem overal te zien. Zijn foto heeft in verschillende kranten gestaan. Je kind met een Kalasjnikov in zijn handen … het is gewoonweg niet te vatten. Hij had die foto zelf op zijn Facebook gepost, de kranten hebben dat beeld overgenomen en er een heel verhaal rond gemaakt.

A. is door de media ook al drie keer dood verklaard. Met naam en toenaam. De eerste keer geloofden we het en hing hier de sfeer van een begrafenis. Omdat ik zekerheid wou, stuurde ik hem een bericht via WhatsApp: ‘Ik heb vernomen dat je overleden bent maar ik kan het niet geloven. Kun je a.u.b. iets laten horen?’

Een dag later stuurde hij: ‘Hahaha, ik leef nog.’ Ik antwoordde dat ik zijn stem wou horen en toen heeft hij een berichtje ingesproken. Iets later dook weer zo’n verhaal op. En toen nog een derde keer. Op den duur lachte ik ermee: ‘Is hij nu alweer dood?'”

Extra zieltje

Fatima: “Zijn laatste bericht dateert van 31 december 2015. Daarna heeft hij alle contact met mij verbroken, waarschijnlijk omdat ik met mijn verhaal naar de media gestapt ben.

Enkele bronnen brengen me wel af en toe op de hoogte van wat er met hem gebeurt. Zo weet ik dat hij intussen papa geworden is. (stil) Ik ben dus grootmoeder … Toen ik vernam dat hij zijn zoontje naar zijn broer heeft genoemd, kon ik niet stoppen met huilen.

Die onzekerheid, elke dag opstaan met de vraag ‘Zou hij nog leven?’, dat is het ergste wat je als moeder kunt meemaken. Erger dan dat hij dood zou zijn. Voor mij voelt het alsof ze mijn kind ontvoerd hebben, psychisch dan toch. En sinds ik weet dat ik oma ben, heb ik nog een extra zieltje om wie ik me zorgen maak.”

Twee jaar huilen

Fatima: “De eerste twee jaar heb ik elke dag gehuild. De tranen bleven maar komen. Gedurende die twee jaar was ik eigenlijk alleen nog mama van A., van degene die er niet meer was. Ik kon alleen maar aan hem denken, alleen maar van hem dromen.

Ik huilde continu en overal. Op straat, op feesten … Een trouwfeest was voor mij de hel, want ik besefte dat ik dat met A. nooit zou meemaken. Iemand zei eens tegen mij: ‘Je moet nu niet huilen, dat past niet.’ Maar verdriet heb je niet onder controle, zo werkt dat niet. Dat is mijn hart, dat is mijn kind.”

Ups and Downs

Fatima: “Ik ga dit verdriet altijd met me meedragen, maar het is niet meer zo zwaar als in het begin. Die eerste twee jaar had ik geen leven, nu wel. Er zijn nog altijd dagen dat ik zit te huilen hoor, het gaat met ups en downs.

Als ik het moeilijk heb, bel ik naar iemand van de familie of kijk ik naar mijn twee andere kinderen. Zij maken me blij, maar ik zal nooit honderd procent gelukkig zijn. Zonder A. zijn we gewoonweg niet compleet. We zullen hem altijd blijven missen en er zal altijd een schaduw boven ons geluk hangen.

Soms wou ik dat ik hem gewoon uit mijn systeem kon bannen. Dat ik kon denken dat ik maar twee kinderen heb. Maar dat lukt niet, je kunt een hart en een hoofd niet resetten.”

Paranoia

Fatima: “Heel deze toestand heeft ervoor gezorgd dat ik voor mijn twee jongste kinderen een heel andere moeder ben geworden. Ten opzichte van mijn zoon van twaalf ben ik ontzettend alert. Paranoïde eigenlijk.

Nu gaat hij in zijn vrije tijd naar de School van Vrede die katholiek is van oorsprong: ze doen vrijwilligerswerk, organiseren leuke activiteiten en gaan op kamp. Een tijd geleden nam hij daar iemand in vertrouwen en zei: ‘Mijn broer blijft mijn broer, ik zal altijd van hem houden. Maar mijn broer heeft gekozen voor de oorlog en ik kies voor de vrede.’ Daardoor ben ik nu wel wat geruster.”

Negatieve reacties

Fatima: “Ik heb de voorbije jaren heel veel negatieve reacties gekregen. Mensen vroegen me bijvoorbeeld waarom ik hem naar daar had ‘gestuurd’. Alsof ik dan zo ongelukkig zou zijn …

Bij heel wat mensen moet ik niet op begrip of medeleven rekenen. Voor hen ben ik simpelweg de mama van een Syriëstrijder en dus ook schuldig. Ze denken dat het alleen de zwakkeren of criminelen zijn die vertrekken, maar het kan echt iedereen kan overkomen.

Geradicaliseerde jongeren hebben geen ‘profiel’, ik hoop dat mijn verhaal dat duidelijk maakt. Ik wens het alleszins niemand toe. Want het is de hel.

Gelukkig heb ik ook heel wat steun gekregen: mijn collega’s, familie en vrienden stonden altijd voor me klaar. Via de stad Antwerpen zijn de kinderen en ik naar een therapeut kunnen gaan die ons hielp om het te verwerken.”

Jihad van de moeders

Fatima: “Samen met een andere mama, een lotgenote, heb ik een vereniging opgericht: Jihad van de moeders. Wij helpen getroffen mama’s maar doen ook aan preventie, in samenwerking met een psychiater. Want bij radicalisering kun je alle hulp gebruiken, het is ontzettend moeilijk om een jongere daaruit te halen.

Bij Jihad van de moeders krijgen we ronduit schrijnende verhalen te horen: een mama van wie haar drie zonen vertrokken én gesneuveld zijn, jongens die daar zitten en terug willen komen maar niet kunnen … het is vreselijk.

Ik doe dit voor alle moeders die in dezelfde situatie zitten, voor vrouwen die er letterlijk ziek door geworden zijn. Mijn geloof helpt me daarbij, het is zelfs sterker dan vroeger. Ik vind steun door te bidden en te huilen tot God.”

Voor altijd

Fatima: “Er is gewoonweg geen positieve afloop mogelijk voor dit verhaal. Ik heb onlangs vernomen dat A. zwaargewond is. Als hij zou overlijden, kan ik afscheid nemen, dat is waar. Maar geen enkele moeder wil haar kind dood.

Als hij terugkomt naar hier, wat ik nog altijd hoop, staat hem ook veel ellende te wachten. Maar die ellende zal nog altijd beter zijn dan wat hij daar nu in die hel meemaakt. Hier zou ik hem tenminste kunnen zien en hem de nodige hulp laten geven.

Ik blijf zijn moeder, dat verandert nooit. Mocht hij nu voor mij staan, ik zou hem zeggen dat ik altijd van hem zal houden en er altijd voor hem zal zijn.”

(Topfoto: Kristof Ghyselinck)

BOTsing 75
Wie bezorgd is over de mogelijke radicalisering van zijn kind(eren) kan terecht bij de Opvoedingslijn via 078-15.00.10 of opvoedingslijn@groeimee.be. Meer info op groeimee.be/opvoedingslijn.
Dit interview met Fatima komt uit BOTsing nummer 75 (‘Bijzonder’). BOTsing valt gratis in de bus bij leden van de Gezinsbond bij tieners in huis. Is dat niet het geval? Neem hier contact op. Ook interesse? Word lid van de Gezinsbond!

 

Tags: , , ,