Basile (15) praat in dit artikel openhartig over leven met dyslexie. Samen met zijn moeder Sandrine De Coster, lector logopedie aan HOGENT mét specialiteit dyslexie. Sandrine: ‘Eigenlijk zouden we af moeten van dat medisch model, weg van die diagnose die nodig is om toegang te krijgen tot ondersteuning. Het zou veel beter zijn als we gewoon kijken naar wat kinderen nodig hebben en hen op basis daarvan op school meer hulp geven of niet.’

Hoe voelt dyslexie?

We weten dat mensen met dyslexie het moeilijk hebben om letters en woorden te herkennen, maar kan je eens uitleggen wat dit voor jou betekent, Basile? Wat zie jij als je naar woorden, zinnen of teksten kijkt?

Basile: Goh, ik denk dat ik hetzelfde zie als iemand anders, maar het is voor mij heel moeilijk om aan een woord een betekenis te plakken. Ik moet dan gaan puzzelen en zoeken in mijn hoofd.

Daardoor ben ik soms erg lang met dat ene woord bezig en intussen moet ik nog een hele tekst lezen. Je hoort wel eens vertellen over ‘lettertjes die dansen’ maar dat is bij mij niet het geval.

Sandrine: Het kan dat bepaalde mensen met dyslexie zo vermoeid raken door hard te moeten focussen, dat het lijkt alsof die letters voor hun ogen dansen. Want als woorden je niets zeggen, ga je er als het ware ‘scheel’ op kijken.

‘Als een klasgenoot ergens twee uur voor studeerde, haalde die een negen of tien, bij Basile bleef het altijd met de hakken over de sloot’ – Sandrine

Basile ziet alles staan, maar de letters en de lettergrepen vormen bij hem niet automatisch een klank. Het is daar, bij het omzetten naar de klank, dat het fout loopt in zijn hersenen.

En als je geen goeie connectie hebt naar een klank, krijg je ook geen goeie connectie naar een betekenis. Dus hij moet altijd enorm puzzelen om iets te kunnen lezen en begrijpen.

Gradaties in dyslexie

Zijn er ook gradaties, kan je het erg of minder erg hebben?

Sandrine: Ja hoor. Er zijn mensen die het heel ernstig hebben, bij wie die connectie in de hersenen elke keer weer met veel moeite gemaakt moet worden. Bij Basile is dat het geval.

Bij anderen lukt het wel na een tijdje: het is niet geautomatiseerd, het vraagt nog een inspanning, maar de hersenen hebben er iets op gevonden. Alsof je hebt leren autorijden maar toch nog altijd moet denken: ‘Ah ja, ik moet schakelen!’

Afhankelijk van doorzetting, geheugen, intelligentie en andere factoren kan de ene er makkelijker mee om dan de andere. Er zijn zelfs leerlingen die het kunnen maskeren tot ze in het hoger onderwijs zitten.

Altijd achterop

Wanneer hebben jullie ontdekt dat Basile dyslexie heeft?

Sandrine: Door mijn expertise en achtergrond viel het mij in de derde kleuterklas al op dat Basile weinig interesse had in taal. Hij pikte het niet op zoals andere kindjes van die leeftijd, herkende geen letters, kon zijn verhaal niet goed opbouwen, kwam moeilijk op het juiste woord…

We moesten nog afwachten hoe het zou verlopen met lezen en spellen, maar vanaf het tweede leerjaar was het voor mij toch al vrij duidelijk.

Voelde jij dat zelf ook aan, Basile?

Basile: Ja, ik merkte dat andere kinderen sneller konden lezen en al mee waren met een verhaal terwijl ik het nog niet snapte. Ik was heel traag in die dingen, ik holde altijd achterop.

Sandrine: De eerste jaren waren zwaar, het heeft hem lang gefrustreerd. Alle kindjes moeten in het eerste leerjaar hun letters en woordjes oefenen, maar hij weigerde dat te doen omdat het zodanig moeilijk voor hem was.

We waren al gestart met hulp via het revalidatiecentrum, maar op het einde van het tweede leerjaar beslisten we om hem ook een compenserend hulpmiddel te laten gebruiken.

Want in die eerste twee leerjaren wordt elke opdracht, elke zin nog luidop voorgelezen, daarna moeten kinderen dat voor een deel zelfstandig kunnen: ‘Kijk naar oefening 1, lees de opdracht en maak de oefening.’ Als je lezen dan te zwak is, kan je niet mee.

‘Het is echt lastig om de hele tijd woorden te zoeken en er toch niet op te komen’ – Basile

Basile begon daarom vanaf het derde leerjaar een tablet te gebruiken met een programma dat zijn schoolboeken voorlas. Maar aangezien hij de enige was, verliep dat niet altijd even makkelijk.

Basile: Mijn klasgenoten keken raar naar mij, ze vroegen zich af wat ik altijd op die tablet zat te doen: misschien speelde ik wel een spelletje of keek ik naar filmpjes?

Die opmerkingen krijg ik zelfs nu nog, en ergens snap ik dat ook: iedereen moet zijn gsm afgeven in de klas en ik zit daar met mijn laptop. Ze vinden het niet eerlijk. Zelfs als ik uitleg waarom ik dat ding nodig heb, dan nog kunnen sommigen het niet begrijpen.

LEES OOK > Tienertaal, wadisda?

Gelijke kansen

Sandrine: Wanneer mensen over het gelijkekansenbeleid horen, denken ze: ‘Ah oké, iedereen gelijk.’ Maar ‘gelijke kansen’ betekent dat mensen die in vergelijking met anderen méér nood hebben aan iets, méér krijgen.

En ja, soms vinden anderen dat niet eerlijk: ‘Waarom ik niet? Ik heb ook problemen met lezen. Ik kan ook wat extra tijd gebruiken voor mijn toets, hoor!’

De aanpak van de school en van de leerkrachten kan op dat vlak echt een verschil maken. Als ze begrip hebben en het uitleggen aan de klasgenoten, gaat het erg vlot.

Maar niet elke leerkracht staat ervoor open of wil die extra inspanningen leveren, zoals ervoor zorgen dat hij zijn toets online op de laptop kan maken.

LEES OOK > Inclusief onderwijs: “Als je praat met elkaar vind je altijd wel een oplossing”

Frustraties thuis

Zorgden de schoolfrustraties ook thuis voor spanningen?

Basile: Op het vlak van huiswerk was het zeker niet altijd makkelijk: ik maakte me boos omdat ik het niet snapte, waarop mama boos werd omdat ik niet rustig bleef, waardoor ik ontplofte en de boel op stelten zette of woest wegliep.

Maar dat is verbeterd door ouder te worden, denk ik.

Sandrine: Véél verbeterd! Er waren vroeger inderdaad uitbarstingen, frustraties die een uitweg zochten. Dyslexie is iets onzichtbaar, hé. En eens kinderen in de puberteit komen, hebben ze sowieso vaak lak aan school en aan huiswerk.

Maar wat is dan het aandeel puberteit en wat is het aandeel dyslexie? Dat is voor leerkrachten en ouders zeer moeilijk. Ik wou naar hem toe niet te toegeeflijk zijn of continu zeggen: ‘Ja, je hebt het moeilijk hé, het is toch erg voor jou.’

Er zijn ouders die voortdurend rond hun kind cirkelen om alle hindernissen weg te halen, maar dat vond ik geen goed idee.

LEES OOK > Wat je kan doen voor minder stress bij je tiener

Eureka: schoolbegrip voor dyslexie

Omdat het in de lagere school niet wil vlotten, gaat Basile de eerste twee jaren van het secundair naar Eureka Onderwijs, een school in Leuven voor leerlingen met een leerstoornis.

Sandrine: Basile snapte niet waarom het voor hem zo lastig moest zijn. Als een klasgenoot ergens twee uur voor studeerde, haalde die een negen of tien, bij hem bleef het altijd met de hakken over de sloot. Dat werkte enorm demotiverend.

Op school waren ze begripvol, maar door het feit dat hij de enige was die een laptop gebruikte én doordat hij stilaan in zijn puberteit kwam en absoluut niet wou opvallen, begon hij die laptop steeds meer te mijden.

Daardoor had hij het systeem en de software niet genoeg onder de knie en verliep het allesbehalve efficiënt. We hadden hulp nodig en Eureka kon hem die hulp geven.

Pas op, ik vond dat geen eenvoudige beslissing, want ik ben een grote voorstander van inclusief onderwijs. Kinderen met dyslexie zijn normaal begaafd en hebben genoeg capaciteiten. Ze zitten met een lees- en spellingsstoornis maar hebben echt hun plaats in het gewone onderwijs.

Toch bleek Eureka de juiste keuze. Basile werd er begeleid door geweldige experts en zat in een klas met achttien kinderen die allemaal wel iets hadden.

Ze leerden lachen met hun eigen problemen, hielpen mekaar, stimuleerden elkaars talenten en werden op korte tijd een pak zelfstandiger. En die zelfstandigheid helpt hem enorm, hij volgt nu op een gewone school de technische richting Elektronica-ICT.

Laptop met software

Kan je nu goed volgen op school, Basile?

Basile: Ja, maar soms duurt het allemaal wat langer. Wanneer we een toets hebben, moet ik die eerst downloaden, hem invullen, laten afprinten…

Intussen gaat de leerkracht gewoon verder met de les, dus ik mis soms stukken van de leerstof.

Sandrine: Die laptop en de software compenseren ontzettend veel, maar perfect is het niet. Kinderen met dyslexie hebben naast hun kernproblemen van lezen en spellen ook andere moeilijkheden.

Hun werkgeheugen is bijvoorbeeld veel sneller vol: plannen en organiseren, een bestand een duidelijke naam geven, de ingestudeerde les ophalen uit hun geheugen… al die dingen duren langer bij hen.

Basile: Sommige leerkrachten zeggen dan: ‘Als je het nu niet weet, ga je het straks ook niet weten. Je hebt het gewoon niet goed genoeg gestudeerd.’

Opletten met etiketten

Waar hou jij je in je vrije tijd mee bezig, Basile? Heb je bepaalde hobby’s of uitlaatkleppen?

Basile: Gamen is echt iets voor mij. Het liefst met meerdere mensen samen, dan kun je intussen wat praten. In je eentje wordt het na een tijdje nogal saai.

Sandrine: Het is voor Basile niet evident om hobby’s te hebben in grote groepen omdat hij niet altijd correct kan uitdrukken wat hij voelt of denkt. Hij heeft scouts, voetbal en judo geprobeerd, maar dat werkte niet goed: hij uit zijn frustraties vaak door te roepen of weg te lopen.

Nu houdt hij zich vooral bezig met alles wat technologie is… en met gamen natuurlijk.

Basile: Het klopt wat mama zegt: communiceren met mensen was vroeger moeilijk voor mij. Nu nog soms.

Gebeurt het vaak dat je niet goed uit je woorden komt?

Basile: Mja, soms zeg ik dingen te snel en te impulsief en wil ik mezelf intussen corrigeren. Dan gebruik ik een heleboel woorden die eigenlijk allemaal hetzelfde betekenen en daardoor wordt mijn zin veel te lang.

Echt lastig: de hele tijd woorden zoeken en er toch niet kunnen opkomen. Sommige mensen vullen dan aan, anderen wachten, iedereen reageert anders. Mijn vrienden snappen het gelukkig wel.

Sandrine: Dyslexie is al goed gekend en aanvaard in onze maatschappij. Tieners kijken er niet meer van op als je zegt dat je dyslexie hebt en dat het niet zo vlot gaat om een verhaal te vertellen.

Toch voelde het voor Basile soms alsof ze hem pestten met zijn dyslexie. Maar pesten is een vorm van macht hebben over iemand, en ik denk dat die jongens het vooral leuk vonden dat Basile meteen ontplofte. Het was door zijn reactie dat ze ermee doorgingen.

LEES OOK > Waar kan je terecht als je kind in aanraking komt met pesten?

Basile: Mja, ik vond het zelf enorm rot dat ik niet beter kon lezen en spellen, en daarom maakte ik me zo snel boos. Sommige dagen wou ik daardoor echt niet naar school.

Sandrine: Ik denk dat het zou helpen als leerkrachten er nadruk op leggen dat iedereen gewoon anders is, niet alleen op het vlak van lezen en schrijven, maar ook op zoveel andere vlakken.

Een diagnose, of het nu van dyslexie is of van iets anders, heeft voor- en nadelen. Aan de ene kant krijg je wat rust: ‘Oké, we weten nu waaraan het ligt, we kunnen ernaar handelen en we krijgen toegang tot bepaalde mogelijkheden.’

Maar aan de andere kant gaat Basile zich altijd afvragen: ‘Wat is mijn dyslexie en wat ben ik? En in welke mate remt mijn dyslexie me af?’

‘Kinderen met dyslexie zijn normaal begaafd en hebben genoeg capaciteiten’ – Sandrine

Eigenlijk zouden we af moeten van dat medisch model, weg van die diagnose die nodig is om toegang te krijgen tot ondersteuning. Het zou veel beter zijn als we gewoon kijken naar wat kinderen nodig hebben en hen op basis daarvan op school meer hulp geven of niet.

Want eens je een diagnose hebt, plakken er sowieso negatieve connotaties aan vast. En wil je dat altijd delen met mensen? Moet je toekomstige werkgever weten dat je moeite hebt met spellen?

Of stel dat je de diagnose ADHD krijgt: vertel je dat aan je verzekeraar? Gaat die je dan niet zien als mogelijke brokkenpiloot? Om al die redenen vind ik dat we echt moeten opletten met die etiketten.

Punt aan de lijn

Sandrine, maak jij je soms zorgen om de toekomst van Basile?

Sandrine: Goh… Er zijn voorbeelden van mensen die ondanks hun dyslexie enorm succesvol zijn, anderen raken dan weer moeilijk aan het werk en blijven ermee sukkelen.

Er zijn sowieso hindernissen, zeker als je in een job moet plannen, mails opstellen en lezen. Daar komt nog bij dat veel mensen een spellingsfout beschouwen als iets wat voortkomt uit domheid.

Oeps… ikzelf ben ook heel hard voor mensen die spellingsfouten maken. Mijn excuses daarvoor.

Sandrine: Je moet je daar niet schuldig over voelen, spellingsfouten komen nu eenmaal laks en nonchalant over. We staan er gewoon niet bij stil hoeveel inspanningen het van sommige mensen vraagt om al die regeltjes toe te passen.

Natuurlijk vind ik het als moeder jammer dat hij met die beperkingen zit en dat hij die heel zijn leven zal moeten compenseren, maar oké. Ik ben maar één meter vijftig, ik moet dat ook compenseren en ik moet aanvaarden dat ik sommige dingen niet kan. Punt aan de lijn.

Dankzij Eureka heeft Basile geleerd om hulp in te roepen. Het is op die manier dat ondernemende en succesvolle mensen het aanpakken: ze blijven niet aanmodderen maar zoeken hulp voor de dingen die ze zelf niet kunnen. Daar kom je vaak veel verder mee dan het allemaal zelf te willen doen.

Basile: Oké, ik zal het onthouden!

Hier kun je terecht!

Sandrine: Het feit dat ik er zoveel over weet, heeft natuurlijk geholpen om voor Basile de juiste hulpmiddelen en begeleiding te vinden, maar dan nog was het niet evident. Dat is de reden waarom ik mij ging engageren voor Sprankel, de vereniging voor ouders van kinderen met leerproblemen.

Interessante websites:

Foto: Kristof Ghyselinck

Dit artikel komt uit nummer 86 van ons magazine BOTsing, bedoeld voor ouders van tieners tussen 12 en 17 jaar. Word lid van de Gezinsbond en ontvang BOTSING gratis.

Gepubliceerd op: 07/01/2021, laatste update op: 08/03/2021

Tags: , , , , , , , , , , , , ,