Als een baby overlijdt voor of net na de geboorte, dan treft dat naast de ouders ook de anderen binnen het gezin en bij uitbreiding de familie. Zelfs de kinderen, ook al zijn ze soms nog erg jong. Ze voelen de emoties aan, ze merken dat hun ouders niet zo aanwezig zijn, er verandert vanalles aan de dagindeling. Hoe kan je een baby helpen omgaan met het verlies van een babybroer of babyzus?

Baby’s en rouw

Voor een baby telt de hechtingsrelatie. Dat mama en papa verdrietig zijn na het verlies van een baby zullen ze aanvoelen. Als hun hechtingsnetwerk in stand blijft (zorgpersonen naast de ouders) en hun zorgnoden worden voldaan (eten, drinken, verzorging, slapen), dan zullen ze daar meestal vlot mee kunnen omgaan. Het is mogelijk dat ze toch reageren met meer huilen, vaker wakker worden, niet alleen gelaten willen worden. Geduld en nabijheid (draagzak to the rescue) zijn hierbij belangrijk.

LEES OOK > Hoe help je peuters en kleuters omgaan met het verlies van een baby?

Zorg is nodig

Voor ouders is het hier dan ook belangrijk te kunnen aangeven waar hun grens ligt: als ze zelf even de zorg niet kunnen geven aan de baby, dan is dat geen schande. De zorg overdragen aan een familielid of vriend is dan cruciaal: voor de baby en voor henzelf.

Als eentje van een meerling het niet haalt

Bij een meerling waarvan een of enkele kindjes overleven, ligt het anders. Nabijheid van de ouders is daar zeer gewenst, waardoor dit voor hen een periode vol gemengde gevoelens is. Verdriet en geluk, liefde en rouw, pijn en warmte lopen door elkaar. Je wil en moet zorgen voor wie er nog is, maar tegelijk treur je om wie er niet bij kon zijn. Ook voor de overlevers heeft het verlies impact. Onrustige baby’s kunnen kalmeren door de nabijheid van hun broers of zussen, ook al zijn die (pas) overleden.

LEES OOK > Boeken die kinderen kunnen helpen het overlijden van hun broer of zus te verwerken

Regressie

Het kan gebeuren dat baby’s een tijdje aanhankelijker zijn, meer willen drinken, onrustiger slapen. Nabijheid en geduld zullen veel van hun behoeftes vervullen, samen met onverdeelde aandacht. Deze ‘regressie’ is heel normaal en kan op elke leeftijd voorkomen. Normaal is dit effect tijdelijk. Naarmate de omgeving weer in de dagelijkse routine valt en de zorg verzekerd blijft, gaat het kind terug vooruit. Is dit niet het geval, dan kan je terecht bij Kind en Gezin of je kinderarts voor opvolging.

Volg de Gezinsbond ook op FacebookTwitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 05/08/2019, laatste update op: 13/08/2021

Tags: , , , , ,