Sandwicher Nancy woont, in een beurtrol met haar zus, halftijds in bij haar ouders in Roeselare die permanent zorg nodig hebben. Het is sinds vorige zomer een stuk van de puzzel die Nancy en haar man Filip gelegd moeten krijgen. De andere puzzelstukjes: hun job, het huishouden en de kleinkinderen.

Nancy en Filip wonen in Gentbrugge. Wie het gelijknamige televisieprogramma met Joris Hessels zag eind 2019, zal zich hun gezin wellicht herinneren. Nancy droomde al van jongs af van een groot gezin. Voor Filip hoefden kinderen niet, maar toen kwam Bert en was vader verkocht.

Na Bert (32) volgden Loes (30), Jeroen (27), Janneke (24), Babette (23), Louis (21) en Jef (19). De drie oudsten zijn intussen het huis uit. De familie breidde uit met drie kleinkinderen: Oona (2,5 jaar), Miel (1,5 jaar) en Briek (9 maanden). Een vierde kleinkind is op komst.

LEES OOK > Joris Hessels is een gescheiden papa: ‘Ik vraag me vaker af of ik het goed doe’

Zorg(en)

‘Ik zorg al mijn hele leven. Ik ben de middelste van vijf kinderen en toen ik een tiener was, is mijn moeder enkele maanden ziek geweest. Als vanzelfsprekend nam ik het huishouden over. Ik deed dat graag. Ik ging ook jarenlang elke nacht bij mijn grootmoeder slapen.

Dat neemt niet weg dat het, toen de kinderen klein waren, soms te lastig was. Dan ging ik hen over de middag oppikken aan de schoolpoort, kwamen zij al duwend aangestormd en ging het gekwetter of geruzie gewoon verder in de auto.

Sowieso kwam ook de vraag: “Wat gaan we eten?” en was er altijd iemand die zeurde dat hij of zij dat niet lustte.

Ik herinner me hoe ik eens mijn hoofd op het stuur legde en dacht: waar ben ik aan begonnen? “Wat is er mama?”, klonk het vanop de achterbank. “Ik zie het niet meer zitten”, zuchtte ik. En meteen erna: “Kom, we gaan eten!”

Thuis herhaalde zich bij het uitstappen hetzelfde wilde scenario. Met kinderen kan je ook niet verwachten dat je aan tafel een rustig moment hebt. Maar meestal vond ik het wel fijn om ze allemaal rond me te hebben.’

Sandwicher Nancy: 'Mijn zus en ik puzzelen het zorgschema voor mijn ouders ineen'

Woonzorgcentrum

De ouders van Nancy zijn 89 jaar en verhuisden vorig jaar, nadat haar vader enkel keren een trombose doormaakte, naar een Woonzorgcentrum. Het was de beginperiode van corona, en ze mochten maandenlang hun kamer niet uit.

Nancy reed twee keer per week vanuit Gentbrugge naar Roeselare om aan het raam te zwaaien en te praten via de telefoon of de kier van het kantelraam.

‘Moeder wilde naar huis, vader eerst niet, tot hij het beu was om elke nacht in een natte luier te liggen. Ik wilde graag thuis voor hen zorgen, maar dat kon ik niet alleen, want er moet dag en nacht iemand bij hen zijn.

Toen zei een zus: “Je hebt gelijk. Zij hebben jarenlang voor ons gezorgd, dan wil ik nu ook voor hen zorgen.” Door corona werkt ze van thuis uit, dat kon ook vanuit Roeselare.

We reorganiseerden het huis, deden tapijten weg, haalden hun bed naar beneden en er kwam wifi voor het telewerk. Sinds begin juli zijn mijn ouders terug thuis. Vertrekkend van mijn werkuren puzzelen we het zorgschema ineen. Wij blijven dag en nacht, een andere zus komt een keer per week overdag.’

LEES OOK > Nadine en Lea aan het woord: 2 getuigenissen van sandwichers

Organiseren

‘Onze kinderen zijn nu oud genoeg om hun plan te trekken. En ze springen ook in voor de opvang van de kleintjes. Er is altijd wel iemand beschikbaar.

Door mijn leeftijd heb ik extra verlofdagen die van pas komen, maar goed afspreken en organiseren blijft de boodschap. Filip houdt nu een schema bij op de computer. Vroeger had ik dat allemaal in mijn hoofd.

Destijds had ik een wekelijkse vergadering willen houden met de kinderen om de taken te verdelen, maar Filip wilde daar niets van weten. Hij is geen prater.’

Rust

Nancy vindt het best gezellig dat de (klein)kinderen vaak over de vloer komen, alleen mist ze zo af en toe wat rust:

‘Ooit wil ik enkele weken op staptocht. Eens niemand die beroep op je doet, dat lijkt me zalig. Al ligt het vooral aan mij: ik denk altijd dat anderen mij nodig hebben.’ (lacht)

Als ik Nancy bezig hoor, vraag ik me af waar ze al de energie en tijd blijft halen. Dat ze geen smartphone heeft en niet op sociale media zit, levert ongetwijfeld veel tijdswinst op.

Nu ze halve weken van thuis weg is, communiceert ze wel via de tablet met de (klein)kinderen. ‘Dan heb ik hen toch eens gezien en gehoord. Maar hoe jong de kleinkinderen ook zijn, ze kunnen er beter mee overweg dan ik.’

LEES OOK > Je grenzen bewaken als grootouder: tips van grootoudercoach Bieke Geenen

Legenestsyndroom

Als het thuis niet meer lukt, zullen de ouders van Nancy naar een woonzorgcentrum in Gentbrugge gaan. Maar zolang het kan, wil ze verder voor hen zorgen in hun vertrouwde omgeving.

Met vier kinderen die nog thuis wonen en straks een vierde kleinkindje is van het legenestsyndroom nog lang geen sprake. De rust waar Nancy soms van droomt zal nog niet voor meteen zijn. ‘Je kan niet alles hebben, het is goed zo’, besluit ze ons gesprek.

Foto’s: Kristof Ghyselinck

Meer artikels, getuigenissen, oefeningen en tips vind je in ons dossier over de sandwichgeneratie.

Dit artikel is een onderdeel van het interview met Nancy in het Magazine voor GROOTouders (nr. 8, 2021). Ook ontvangen? Schrijf je dan in voor het magazine en de bijbehorende nieuwsbriefVolg de Gezinsbond ook op FacebookTwitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 25/03/2021

Tags: , , ,