Zij leerde hem strijken op zijn dertiende, zodat die taak later niet zonder meer voor zijn echtgenote weggelegd zou zijn. Hij legt zijn zoontje uit dat zowel mama’s als papa’s met vrienden optrekken en dat dat helemaal oké is. Of hoe Linda Van Crombruggen (62) en haar zoon Geert Clerbout (37) elk hun eigen steentje verleggen in de weg naar gelijke kansen binnen man-vrouwrelaties. ‘In een ideale wereld is dat allemaal vanzelfsprekend.’ Ze vertellen over het rollenpatroon in een relatie.

Hun jeugd was niet te vergelijken, net als het gezin waarin ze opgroeiden, en er zitten drie decennia tussen hen in. Toch spreken Linda en Geert uit dezelfde mond als we het thema van ons gesprek introduceren. ‘In mijn jeugd zijn de fundamenten gelegd van mijn overtuigingen vandaag. Die heeft Geert met de paplepel meegekregen’, zegt Linda.

Traditioneel rollenpatroon in relatie

Linda wordt geboren in 1960 in een traditioneel gezin met een vader, moeder, twee zussen en een broer. ‘Wat ik me van thuis herinner, is het sterke rollenpatroon in de relatie. Moeder deed het huishouden, vader was meestal afwezig of aan het werk. Mijn zussen en ik deden de afwas, poetsten, maakten de bedden… terwijl mijn broer kon gaan en staan waar hij wou. Bovendien was ik de oudste, dus ik werd verondersteld “mijn verantwoordelijkheid” te nemen als mama door ziekte niet voor ons kon zorgen. Ik was pas zeven toen ik al een maaltijd op tafel toverde voor het hele gezin.’

Al heel snel beslist ze dat het voor de generaties na haar anders moet. ‘Ik begreep het gewoon niet, als twaalfjarige. De mannen in mijn omgeving konden doen wat ze wilden, terwijl vrouwen thuis moesten blijven en enkel moeder mochten zijn? Alles in mij zei dat dat niet klopte. Toen ik op mijn achttiende trouwde, was dat een soort afzetten tegen de gevestigde waarden: ik zag dat huwelijk als mijn kans naar vrijheid. Weg van de druk van het gezin waarin ik opgroeide, klaar om mijn eigen leven uit te bouwen.’

‘Mama had het geluk dat papa een gemakkelijke mens was’, pikt zoon Geert in. ‘De drive die haar zo typeert, was bij hem minder aanwezig. Daardoor heeft ze voor zichzelf een fijn leven kunnen uitbouwen.’ ‘Dat klopt’, zegt Linda. ‘Was ik met een traditionele man gehuwd, dan had mijn leven er anders uitgezien.

Ik ben bijvoorbeeld nog gaan studeren toen ik al getrouwd was. Dat dat uitzonderlijk was, werd snel duidelijk op de schoolbanken: tussen de dertig mannelijke studenten telde ik misschien vijf vrouwen. Dat diploma zorgde er wel voor dat ik meer zelfvertrouwen kreeg en een latere jobaanbieding met twee handen greep. Ondanks haar eigen situatie had mijn moeder me dat nog meegegeven: “zorg dat je nooit financieel afhankelijk wordt van een man”. Dat ze zichzelf nooit heeft kunnen ontplooien, wou ze mij besparen.’

LEES OOK > Zo worden die huishoudelijke taken misschien plezant(er)

Meer dan alleen maar ‘moeder’

‘Ik zou de rollen omdraaien’, vertelt Linda, ‘dat had ik me voorgenomen toen ik thuis vertrok. Zoon of dochter, dat maakte niet uit: ik nam me voor om mijn eigen kinderen een hele andere opvoeding te geven dan die die ik gekregen had.’ Na zeven jaar huwelijk wordt Geert geboren.

‘Ondanks haar voornemens ben ook ik opgegroeid in een traditioneel rollenpatroon’, glimlacht hij. ‘Mama nam het grote deel van het huishouden op zich.’ Linda pikt in: ‘Alleen was het grote verschil dat ik wist dat ik wel op je vader kon rekenen, mocht dat nodig zijn. Ik deed dat trouwens ook graag, het huishouden. In tegenstelling tot in mijn ouderlijke thuis was die taakverdeling in mijn eigen gezin een keuze. Dat maakte voor mij een wereld van verschil.’

‘Bovendien had mama een carrière – wat toen nog niet vanzelfsprekend was – en was mijn vader degene die vaak thuis was’, vervolgt Geert. ‘In dat opzicht waren we wat “alternatief”: mama was ook vrijwilliger bij de Kinder- en Jongerentelefoon (nu Awel, red.), zat in besturen, had een druk sociaal leven… Daardoor was ze ’s avonds en in het weekend vaak weg en was het papa die met me op stap ging.’

‘De weg naar een gezin was voor ons niet simpel’, gaat Linda verder. ‘Toen Geert er uiteindelijk was, verwachtte iedereen dat ik de gelukkigste vrouw ter wereld was. Dat was niet zo: ik had een knoert van een postnatale depressie. Het lag mij niet, alleen maar moeder zijn. Pas op, ik was heel blij dat Geert er was, maar ik miste de andere kanten van mezelf.

Ik vond mezelf eigenlijk pas terug toen ik opnieuw ging werken. Tegelijk voelde ik me schuldig dat ik niet bij mijn kind was – thuisblijven voor de kinderen was toen nog steeds de norm. Tot mijn toenmalige echtgenoot een affiche ophing in de living: “Buitenshuis werkende mama’s zijn vaak een zegen voor het hele gezin”. Daarmee gaf hij mij de bevestiging dat elke keuze die ik maakte, de juiste was. Dat vond ik heel schoon.’

Veranderingen van hogerhand

Linda en zoon Geert over het rollenpatroon in een relatie: 'Elkaar vrijheid geven, da's de sleutel naar gelijkheid'

Linda’s gevoel is herkenbaar, zegt Geert. ‘Ik denk dat veel vrouwen daar ook nu nog mee worstelen: hoe combineer je die moederrol met alle andere rollen? Na de geboorte van mijn oudste zoon Onno (nu acht, red.) bleef ik drie maanden thuis. Die periode samen met de baby heeft mijn vrouw Rebecca en mij deugd gedaan, want onze werelden waren op dat moment even groot – of even klein, afhankelijk van hoe je het bekijkt.

Toen Elliott er kwam drie jaar later, was ik maar een maand thuis. Doordat ik weer ging werken, verruimde mijn wereld opnieuw. Ik had weer de kans om gewoon “Geert” te zijn in plaats van alleen maar “papa”, maar Rebecca’s wereld bleef klein, omdat zij nog thuis was. Daar had ze het moeilijk mee, dus hebben we daarover een serieus gesprek gevoerd.’

‘Als vrouw moet je de kans krijgen om je kijk te verbreden, om jezelf te ontplooien’, antwoordt Linda. ‘Niemand moet verplicht worden om te gaan werken, maar de keuze moet er zijn. Als we echt willen dat de kansen voor iedereen gelijk zijn, dan zijn veranderingen van hogerhand nodig.

Je wordt met z’n tweeën ouder: waarom dan geen systeem voor ouderschapsverlof zoals in Scandinavië, waarbij beide partners ongeveer evenveel tijd thuis zijn, of daar op zijn minst de kans toe krijgen?’ Geert: ‘Ik kan nog honderd keer aan mijn kinderen uitleggen dat papa’s evenzeer voor hun kinderen zorgen als mama’s, maar als er op maatschappelijk niveau niks verandert, zien ze het anders in de praktijk en dat laat sporen na.’

LEES OOK > De vaderrol in de opvoeding: pleidooi voor meer vadervriendelijkheid

Onverwacht antwoord

Het is gek om te bedenken hoe vroeg het traditionele denken erin sluipt, merkt Geert op. ‘Toen Onno voor de les zedenleer een blad moest invullen over de takenverdeling thuis, had hij overal – van poetsen over wassen tot koken – “mama” ingevuld. Ik viel achterover. Hij zíet dat het hier niet traditioneel is – het huishouden is hier gelijk verdeeld – en toch leeft dat idee bij hem. Heel vreemd vonden we dat, maar het was wel het ideale aanknopingspunt om daarover een gesprek te beginnen.’

‘De manier waarop je zoiets aanbrengt, is belangrijk’, vindt Linda. ‘Ik gaf Geert bijvoorbeeld al vroeg af en toe een taakje in het huishouden, zodat hij leerde dat het normaal is dat iedereen iets doet, man of vrouw.’ ‘En dat werkte’, zegt Geert. ‘Toen ik mijn vrouw leerde kennen, was het een no brainer dat we gelijkwaardige partners zouden zijn. Alleen zo kunnen we ons allebei verder ontplooien naast onze ouder- en partnerrol.’

Strijken als hobby

‘Ik ben trots als ik zie hoe jij en Rebecca elkaar alles gunnen om te kunnen groeien als mens’, vertelt Linda haar zoon nog. ‘Niet meer dan normaal vind ik dat’, antwoordt Geert. ‘Hoe moeilijk het voor mijn moeder was tijdens haar eigen jeugd, zo evident vinden mijn vrouw en ik het om evenveel mogelijkheden te hebben.

Een tijd geleden kreeg Rebecca de kans om een semester op bijscholing te gaan in het buitenland. De kinderen waren toen nog klein, maar geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om haar dat te ontzeggen. Door omstandigheden is het er uiteindelijk niet van gekomen, maar ik steun haar mocht die vraag opnieuw op tafel komen.

Ook nu vraagt Rebecca’s job meer van haar dan de mijne, waardoor ik vaker het geregel rond de kinderen op mij neem. En da’s helemaal prima. Ook in onze vrije tijd stellen we ons daar weinig vragen bij. Ik ga elk jaar skiën met vrienden, Rebecca gaat op citytrips met vriendinnen. En tussendoor worden de huishoudelijke taken semi-automatisch verdeeld. Wie het eerst thuis is, staat achter de kookpotten, bijvoorbeeld.’

Linda: ‘Dat is misschien wel de sleutel naar gelijkheid in relaties: elkaar vrijheid geven. Mekaar niet te veel beperkingen opleggen als het gaat om zelfontwikkeling.’

Geert: ‘Zolang er ruimte blijft om bij te sturen, lijkt me dat inderdaad ideaal. Het is zoeken naar een evenwicht, hé: wij zouden nooit elke avond van de week van huis zijn, omdat de kinderen daaronder zouden lijden. En we willen de andere niet opzadelen met het héle huishouden.”

Linda: ‘Over het huishouden gesproken: Geert kan nog altijd heel goed strijken, trouwens.’

Geert: ‘Toen we gingen samenwonen, stelde mijn vrouw voor om de was te doen, ik zou de strijk voor mijn rekening nemen. Tot ik doorhad dat mijn taak tien keer meer tijd vroeg dan de hare. Hoezeer ik ook voor gelijke kansen ben, op die takenverdeling ben ik toch teruggekomen. Sindsdien doet iemand anders onze strijk.’ (lacht)

Foto’s: Kristof Ghyselinck

Dit artikel verscheen in januari 2023 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via FacebookTwitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 06/01/2023

Tags: , , ,