De lockdown heeft meer dan ooit aangetoond hoe belangrijk het is om onze buurten kindvriendelijk in te kleuren. Kinderen hebben ruimte nodig om te spelen, jongeren verlangen naar hangplekken om elkaar te ontmoeten. In het Oost-Vlaamse Temse is ook de groendienst zich daarvan goed bewust. ‘We betrekken nu kinderen actief bij de herinrichting van onze openbare ruimte’, vertelt groenambtenaar Wim Vereecken, die van opleiding landschapsarchitect is. En dat loont, want Temse is sinds een paar jaar een kindvriendelijke gemeente.

Kijken door de ogen van kinderen. Hoe doe je dat in jullie job?

‘Het begint met kinderen te zien als een volwaardige partner om de openbare ruimte mee in te vullen. Sluit ze niet op in aparte speeltuintjes, ver weg van het gewone leven. Samen met collega’s van andere gemeentelijke diensten hebben we als groendienst de afgelopen jaren op dat gebied al heel wat stappen gezet. En het is fijn als zoiets opgemerkt wordt.

Toen we in 2016 het label voor kindvriendelijke steden en gemeenten behaalden, omschreef Bruno Vanobbergen (de vorige kinderrechtencommissaris, red.) ons zelfs als “de meest kindvriendelijke groendienst van Vlaanderen”. Die eervolle titel proberen we elke dag opnieuw waar te maken.’

LEES OOK > Coronalessen: meer publieke én groene ruimte voor kinderen graag!

Kindvriendelijke gemeente

Wat merk je daar nu van in het straatbeeld?

‘Onze aandacht ging al uit naar speelplekken in bepaalde buurten en trage wegen in onze deelgemeenten. Groepjes kinderen trokken daarvoor op pad en onderzochten alle hoekjes en kantjes van het dorp.

Een soortgelijk traject hebben we gevolgd met de basisscholen voor onze begraafplaatsen. Ze zijn misschien een ietwat bizarre omgeving om met kinderen naartoe te trekken, maar het is wel een ideale plek om kunst te beleven. Die omgeving inspireert om het verhaal van mensen te vertellen die ooit in onze gemeente geleefd hebben. Het ging dus niet alleen over de dood.

Zelf heb ik door mijn opleiding een grote interesse voor geschiedenis en kunst in het algemeen. Dat komt me goed van pas als we meer willen te weten komen over de plekken waar we aan de slag gaan.’

Hoe slaag je erin om je team voor die aanpak enthousiast te maken?

‘Soms krijg ik weleens gefronste wenkbrauwen te zien als we weer met een of ander idee op de proppen komen (lacht). Maar gelukkig is onze ploeg heel dynamisch en werken we vanuit die kindvriendelijke visie goed samen met andere diensten zoals jeugd, cultuur, mobiliteit en integratie. We willen immers zo breed mogelijk gaan om tot een mooi speelweefsel in onze gemeente te komen.

‘Het zou voor de groendienst van elke gemeente een normale reflex moeten zijn om bij de inrichting van de openbare ruimte door een kinderbril te kijken.’ – groenambtenaar Wim Vereecken

Zo’n speelweefsel gaat dus ruimer dan alleen maar speeltuintjes aanleggen?

‘Dat klopt. Het is wel onze bedoeling om op eender welke plaats in de dorpskernen een speelplein te hebben op maximaal 500 meter wandelafstand. Die afstand is haalbaar voor een ouder met een buggy.

Een skatepark voor de tieners mag zich dan weer wat verderop in het dorp bevinden. We hebben trouwens, tot mijn verrassing, in de lockdown gemerkt dat opvallend veel kinderen niet weten waar de speelterreinen in onze gemeente liggen. Dat is duidelijk nog een werkpuntje.

Als je het over een heus speelweefsel hebt, gaat het ook over de aandacht voor trage wegen, begraafplaatsen en schoolroutes. We zijn allemaal kind geweest en weten goed hoe muurtjes, paaltjes, banken enzovoort voor een kind heel aantrekkelijke objecten zijn. Daar proberen we op in te spelen.

Ik denk verder nog aan de standbeelden die een kind evengoed als speeltuigen beschouwt, al is het natuurlijk niet de bedoeling dat ze die beschadigen. Kinderen vinden het geweldig om te klimmen op de betonnen leeuw in het park.

En aan het station van Temse staat het beeld van een reiziger onderweg. Dat kunstwerk ziet er wat kleurloos uit en dat bracht een meisje van tien ertoe om ons heel eerlijk te zeggen: “Pippi Langkous moet gerestaureerd worden.” Ook met die beelden kun je iets leuks doen, zoals een foto- of verhalenwedstrijd.’

LEES OOK > Buiten spelen stimuleren: 5 leuke spelletjes

De boom slaapt

Aan die kindvriendelijke inrichting hangt vermoedelijk ook een prijskaartje vast?

‘Het is een kwestie van creatief met bepaalde ideeën om te springen. In plaats van een nieuw speeltuig te kopen, gaan onze groenmedewerkers met wilgenvlechten aan de slag om zelf wigwams of hutjes te bouwen.

Ook de zitjes voor openluchtklasjes en een troon van de leerkracht hebben ze met eenvoudige materialen ontworpen. Als medewerker van de groendienst haal je daar veel voldoening uit.

Wanneer we nu een boom kappen, proberen we die een nieuw leven te geven als tijdelijk speeltuig. Je gebruikt dan bepaalde materialen opnieuw. En tegen de kinderen zeggen we: “Deze boom was moe en is in slaap gevallen.”

Of we verzagen hem met een kettingzaag tot een krokodil of een varkentje. Zoiets met de kinderen maken, is niet eenvoudig. Maar het prikkelt wel hun verbeelding.’

Jullie dragen het label zeker tot 2022. Wat daarna?

‘Die visie wordt vandaag breed gedragen, los van welke coalitie onze gemeente op termijn ook zal hebben. Met zo’n label is de kous niet af. En ook de aandacht voor kinderen met een beperking of met een andere etnische achtergrond blijft belangrijk om iedereen mee te krijgen.’

De andere gemeentes met het kindvriendelijke label vind je hier. Meer over de kindnorm in ruimte kan je hier lezen.

Dit artikel verscheen in augustus 2020 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via Facebook, Twitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 05/08/2020

Tags: