Steeds meer kinderen en jongeren krijgen de diagnose van leer- en/of ontwikkelingsstoornissen. Maar hoe weet je nu of je kind ADHD, autisme, dyslexie of dyscalculie heeft? En wat als je kind inderdaad een ontwikkelingsstoornis heeft?

Melissa Vanhecke is leerkracht buitengewoon secundair onderwijs en geeft les in OV4 type 9, aan jongeren met autismespectrumstoornis. Zij begeleidt al meer dan acht jaar kinderen en jongeren met leer- en ontwikkelingsstoornissen, op school en daarbuiten.

Zijn er veel kinderen en jongeren met een leer- of ontwikkelingsstoornis?

‘De laatste jaren worden meer leer- en ontwikkelingsstoornissen opgespoord. Het taboe is minder groot geworden én ouders hebben er meer oog voor. Ze merken zelf sneller dat hun zoon of dochter problemen heeft, moeilijker mee kan, of toch meer nood heeft aan bepaalde ondersteuning dan klasgenootjes. Gemiddeld gezien zitten er in elke klas wel een of meer kinderen met een stoornis.’

Welke leer- en ontwikkelingsstoornissen komen het vaakst voor?

‘Dyslexie (moeite met lezen), dyscalculie (moeite met rekenen) en dysorthografie (moeite met schrijven) zijn de meest vastgestelde leerstoornissen. ADHD, autismespectrumstoornis en DCD (een stoornis waarbij een kind of jongere vooral problemen heeft met de fijne motoriek) zijn de meest gediagnosticeerde ontwikkelingsstoornissen.’

LEES OOK > Piet Roelens geeft les in het buitengewoon onderwijs: ‘Jammer dat de samenleving zo hard is voor wie anders is’

Wat als ik denk dat mijn kind een stoornis heeft? Hoe kan ik dat zeker weten?

‘Als je twijfelt of een vermoeden hebt, dan kan je de website van Eureka checken. Daar vind je een handig overzicht per leerstoornis met mogelijke zwakke en mogelijke sterke kanten, maar ook de belangrijkste do’s en don’ts. Je kan dan bij elk kenmerk aanvinken of je dat ook opmerkt bij je zoon of dochter.

Maar ik raad je aan zeker ook te overleggen met de leraar. Of misschien is het net de leraar die iets opmerkte, en daarover graag even overlegt met jou. Is er een vermoeden, dan verwijst de school je door naar het CLB die dan op hun beurt in gesprek zullen gaan met jou.

Daarna verwijzen zij je door naar een multidisciplinair team: dat is een team met mensen uit verschillende disciplines. Denk maar aan een psycholoog, een ergotherapeut, een kinesist, een logopedist. Wie er in dat team zit, hangt een beetje af van welke stoornis je kind misschien heeft. Daarna volgt er een uitgebreide test in een logopedisch of revalidatiecentrum, al kan ook een psychiater bepaalde attesten uitschrijven, zoals voor een autismespectrumstoornis.

Let wel, zo’n test is heel erg duur. Hij kost al snel 7 à 800 euro, onkosten die je zelf moet betalen – zonder recht op terugbetaling. Maar, blijkt na zo’n test dat je kind inderdaad een leer- of ontwikkelingsstoornis heeft, dan heb je met zo’n attest wel recht op bepaalde terugbetalingen, zoals voor medicatie, en kan ook gerichtere hulp worden opgestart, zoals een psycholoog of logopedist.’

Wat als ik geen attest heb, maar mijn kind wellicht wel een leer- of ontwikkelingsstoornis heeft?

‘In principe heb je voor extra maatregelen in een reguliere school geen attest nodig, maar de praktijk wijst uit dat zo’n attest het je wel makkelijker maakt. Scholen zullen immers sneller geneigd zijn extra hulp in te schakelen of maatregelen te treffen om je kind verder te helpen. Denk maar aan extra tijd voor een toets, een tekst vooraf mogen lezen, het gebruik van een hoofdtelefoon, of apart mogen werken.

Zolang de maatregelen ‘redelijk’ zijn, is de school verplicht die ook aan te bieden. Maar: heeft een kind echt veel meer ondersteuning nodig dan de school kan aanbieden, dan zou het kunnen dat ze je zoon of dochter doorverwijzen naar het buitgewoon onderwijs. Let wel, voor toegang tot het buitengewoon onderwijs heb je wél een attest nodig.’

LEES OOK > Heeft mijn kind ADHD? ‘We helpen kinderen en ouders omgaan met gedragingen, zonder label ADHD’

Wat kan ik als ouder doen?

‘Het allerbelangrijkste is erkennen en geruststellen. Zorg ervoor dat je kind zich niet dom voelt, maar dat je volgens zijn of haar mogelijkheden vooruit probeert te gaan. Zorg voor structuur. Help hem of haar bij huiswerk en toon dat je er bent. Merk je dat hij of zij echt moeite heeft met een bepaald leerstofonderdeel? Push dan niet te veel, maar deel de studietijd op in kortere momentjes, soms zelfs van maar tien minuten. Probeer niet te veel huiswerk in een keer te maken en stop als je merkt dat het echt niet lukt.

Soms gaat het gewoonweg niet, en dan helpt langer oefenen of studeren niet. Heb je zelf moeite om je zoon of dochter te ondersteunen? Schakel dan hulp in, want je hoeft echt niet alles alleen op te lossen. Vaak sta je als ouder te dicht bij je kind, waardoor gerichte hulp aanbieden moeilijk is. Dat is perfect normaal.

En tot slot: wil je je graag goed informeren, check dan betrouwbare websites zoals die van Eureka, waar je heel wat info vindt over leer- en ontwikkelingsstoornissen. Of surf naar de website van Onderwijs Vlaanderen. Die vertelt je welke hulp je mag verwachten, waar je CLB’s vindt, wat de school kan doen,… Je staat er niet alleen voor!’

Volg de Gezinsbond ook op FacebookTwitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 09/05/2022

Tags: , , ,