Als een kindje te vroeg geboren wordt, wordt de vreugde om het nieuwe leven overschaduwd door angst, onzekerheid, verdriet en heel veel vragen. Het kindje moet buiten de veilige baarmoeder overleven en verder ontwikkelen. Neonatologie kende de voorbije decennia een enorme vooruitgang. Er wordt ook steeds meer belang gehecht aan de relatie tussen ouders en kindje. ‘Ouderbetrokkenheid is geen soft extraatje, maar levensbelangrijk’, beklemtoont professor Christine Vanhole, kliniekhoofd neonatologie aan het UZ Leuven.

Te vroeg geboren

Een vroeggeboorte is emotioneel ontzettend overweldigend. De droom van een voldragen en gezond kindje dat je liefdevol en trots in de armen sluit, valt in duigen. De jonge ouders komen terecht in een steriele, vreemde, medische wereld en vragen zich angstig af of hun kindje het zal overleven. En zo ja, welke gevolgen het zal meedragen.

Gelukkig staat bij vroeggeboorte een gespecialiseerd team van dokters en verpleegkundigen klaar. De neonatale zorg staat bij ons op een heel hoog peil. Om het in gewone mensentaal te zeggen: ‘Ze kunnen al veel.’ Professor Vanhole maakte in haar meer dan dertigjarige carrière de vooruitgang mee.

LEES OOK > De dochter van Sofie en Tom kwam prematuur ter wereld: ‘Rosalie is een klein wonder’

Veilig nest

De perfecte omstandigheden van de baarmoeder evenaren is niet mogelijk. Maar in de couveuse probeert men die wel zo goed mogelijk te benaderen.

In een geborgen nestje wordt de baby afgeschermd van fel licht en harde geluiden. De couveuse regelt nauwgezet de temperatuur en de luchtvochtigheid, want een prematuur kindje kan de lichaamstemperatuur nog niet zelf regelen en de huid is nog heel doorlaatbaar met risico op uitdrogen.

Het kindje krijgt zuurstof omdat de longen nog niet rijp zijn, en voedingstoffen worden via de bloedbaan toegediend om maag- en darmstelsel te sparen.

In goeie handen

Omwille van de vatbaarheid voor infecties is ook steriel werken een hoog goed. En bij complicaties grijpen dokters meteen in.

Als ouder moet en kan je erop vertrouwen dat je kindje in goeie handen is. Dat betekent niet dat je het dan maar volledig aan de medische wereld moet overlaten, of dat je rol als ouder tijdens die eerste weken of maanden noodgedwongen beperkt is. Integendeel.

Zo kan een mama bijvoorbeeld het verschil maken met moedermelk. ‘Dat verlaagt onder meer het infectierisico en de kans op buikverwikkelingen’, zegt Christine Vanhole.

LEES OOK > 5 misverstanden rond premature kindjes ontkracht

Verbinding is van levensbelang

Mama’s en papa’s kunnen heel veel betekenen voor een vroeggeboren kindje. ‘De voorbije decennia heeft onderzoek steeds meer duidelijk gemaakt dat een band tussen ouders en kind minstens even belangrijk is voor de mentale gezondheid én de ontwikkeling – ook medisch gezien – van het kindje’, zegt Vanhole.

‘Premature kindjes die het zonder de betrokken aanwezigheid van ouders moeten stellen, krijgen het extra moeilijk. Omgekeerd zien we extreem premature kindjes die bijvoorbeeld een hersenbloeding of -letsel oplopen, er toch soms heelhuids doorkomen. Koestering en een warme hechting spelen daarbij een belangrijke rol’, vertelt ze. ‘Dat is intussen ook wetenschappelijk vastgesteld.’

Leer je kindje lezen

‘Ouderbetrokkenheid is geen garantie dat het zeker goed komt, maar het verhoogt de kansen aanzienlijk. Kindjes ontwikkelen beter, hebben minder slaap- en eetproblemen, kunnen zichzelf beter tot rust brengen, hebben minder complicaties of herstellen er beter van’, legt Vanhole uit.

Ouders worden dan ook aangemoedigd om hun rol volop op te nemen. Vanuit de afdeling neonatologie worden ze daarin gecoacht.

‘Een (veel) te vroeg geboren kindje – hoe klein ook – kan zien, horen, ruiken en voelen, en is in staat tot interactie, zo weten we nu. Het kan ook aangeven of het stress heeft, moe is, of klaar voor interactie. We leren ouders hoe ze de signalen kunnen lezen en erop inspelen.’

Kangoeroezorg

In dat belangrijke hechtingsproces speelt ook kangoeroezorg een belangrijke rol. Daarbij wordt het kindje huid op huid op de borst van mama of papa gelegd. ‘Als er geen medische tegenindicaties zijn, beginnen we daar meteen na de geboorte mee, hoe jong de kindjes ook zijn’, vertelt Vanhole.

‘De transfer van couveuse naar de borst is zwaar voor zo’n kleintje, maar er is zo’n overtuigende bewijslast van de positieve invloed van kangoeroezorg dat het zeker opweegt tegen de impact van dat transfermoment’, legt ze uit.

‘Als ik terugdenk aan dertig jaar geleden, toen wij de zorg helemaal overnamen en ouders alleen van achter het raam konden kijken, voel ik me – met wat we nu weten – beschaamd over wat we ouders en kindjes ontzegden. Gelukkig wordt het belang van familiegerichte zorg intussen wel erkend. En we moeten daarin nog verder blijven evolueren.’

Professor Christine Vanhole is kliniekhoofd neonatologie aan UZ Leuven en coördinator van de psychosociale omkadering op die dienst. Ze is auteur van het boek Te vroeg geboren: zorg voor premature baby’s.

Meer artikels over te vroeg geboren kindjes vind je in ons dossier Prematuur.

Dit artikel is eerder verschenen in het zwangerschapsnummer van Brieven aan Jonge Ouders, het gratis tijdschrift voor alle ouders. Pas bevallen of nog in verwachting? Schrijf je hier in om deze razend interessante reeks gratis te ontvangen. Wist je dat je jouw abonnement kunt aanpassen naar de gecorrigeerde leeftijd van je kindje? Dat kan door een mailtje te sturen naar contact@gezinsbond.be, of bel 02-507.88.88.

Gepubliceerd op: 15/02/2021

Tags: , , , ,