Martin Heylen is vooral bekend van zijn verhalen op televisie over gewone mensen. Van Ophoven tot De Panne, maar ook in Siberië en Afrika sprokkelde hij stukjes levensverhaal. Een parcours om trots op te zijn. Het meest trots is Heylen op het nest dat hij met zijn vrouw en twee dochters uitbouwde. Intussen is er ook een kleindochter. Pépé van de Zee moest wat wennen aan zijn nieuwe rol, maar nu wil hij vooral een betrokken opa zijn.

We hebben afgesproken in Oostende, waar Heylen woont. Aan de zee kwam hij tien jaar geleden rust zoeken. “In Oostende is het tegenwoordig ook het jaar rond druk,” zegt Heylen, “maar door mijn kleinkind Renée heb ik ontdekt dat rust niet alleen aan een plaats maar ook aan een mens(je) verbonden kan zijn. Als ik in haar wereld stap, vallen tijd en drukte weg.”

“Nog een keer, pépé”

Aan zijn eigen grootouders heeft Martin weinig herinneringen. “Alleen met opa langs moeders kant had ik een band. Hij zong een liedje waarin hij ‘en Jan gaat mee’ aanpaste tot ‘en Martin gaat mee’. Ik zing datzelfde liedje nu met de naam Renée. En zoals ik bijna zestig jaar geleden deed, vraagt ook zij telkens weer: “Nog een keer, pépé”.
Martin groeide op in Oosteeklo als jongste van twee. Toen hij vijf jaar was, begon zijn moeder een café. “In het café leerde ik luisteren naar verhalen die aan de toog verteld werden. Daar is de kiem gelegd voor wat ik later ben gaan doen.”

Freelancer voor de kinderen

“Voor mijn ouders waren werken en geld verdienen heel belangrijk. We moesten voor onszelf kunnen zorgen. Begrijpelijk vanuit hun ervaring, maar ik miste nestwarmte en nam me voor het anders te doen met mijn kinderen. Vanaf mijn zestiende werkte ik tien jaar in de fabriek. Na mijn uren schreef ik onder andere voor de Eecloonaar. Het was mijn vrouw die me het duwtje gaf om er mijn job van te maken. Gelukkig heb ik veel mensen ontmoet die in mij geloofden. Ik mocht beginnen bij De Morgen, een boeiende tijd. Toen de kinderen geboren werden, viel het me zwaar dat ik elke dag naar Brussel moest en zo weinig thuis was. Ik werd freelancer om mijn kinderen te zien opgroeien.”

Nestgevoel

“Ons gezin is heel belangrijk voor mij. Toen de kinderen het ‘nest’ verlieten, hadden mijn vrouw en ik het daar best moeilijk mee. Maar ze zijn gelukkig en zo is het goed. De jongste woont in Brussel, zij laat ons die fantastische stad ontdekken. De oudste woont in Gentbrugge en haar man heeft een uitstekend restaurant waar we lekker eten. We hebben het getroffen.
Als er iets scheelt met mijn vrouw of met mij, zijn de kinderen er. Dan denk ik: dat nestgevoel is ons toch gelukt. Ik ben ook fier op wie ze geworden zijn, mensen met een hart voor anderen.”

“Ik kan me verzoenen met mijn verval”

“Ik vind oude mensen, rimpels en sporen van het leven mooi. Mijn lijf rammelt, de roofbouw van jaren laat zich voelen en ik moest al een paar keer onder het mes. Maar ik kan me verzoenen met mijn verval.”
“Bij een ontmoeting met generatiegenoten wordt er wel eens geklaagd: ‘hoe is’t?’ ‘gaat wel, maar mijn rug, man.’ Dan denk ik: gebeurt er nog iets anders in het leven? We moeten opletten dat we niet gaan zeuren.”

“Ik heb heel mooie dingen kunnen doen in mijn leven. Als het televisiewerk stopt omdat ze me te oud vinden, kan ik daarmee leven. Dan verzin ik wel weer iets. Ik zal bezig blijven. Aan oud en afhankelijk worden denk ik niet. Oude mensen die zich mooi opkleden en een lekker geurtje opdoen en ondanks alle kwellingen en kwalen opgewekt zijn, vind ik inspirerend. Met verbitterde oude mensen voel ik mededogen. Vaak verdwijnt de dofheid uit hun ogen als je tijd voor ze vrijmaakt en ze gezelschap houdt. Niets mooier dan dat. In Turkije zag ik hoe ouderen geëerd worden en er voor hen gezorgd wordt. Familiebanden zijn er veel sterker. In het Westen zijn we niet goed bezig wat dat betreft, er zijn veel eenzame oude mensen.”

Op een mooie pinksterdag…

Drie jaar geleden werd Heylen opa. “Ik was niet meteen euforisch”, geeft hij toe. “Maar ik kon mijn ogen niet van het kindje afhouden: gebiologeerd door elke beweging van dat mondje, elke beweging… De emotionele band kwam pas later. Ik ben een trage. Maar als het eenmaal is doorgedrongen, nestelt het zich stevig. Mijn vrouw is Mimi en ik ben pépé van de Zee. Zo zal ik voor Renée altijd verbonden blijven met mijn geliefde zee.”

“Ik vertel haar verhaaltjes. Dan zit ze stil voor zich uit te staren en zie ik haar nadenken. Als ze mijn hand neemt om iets te tonen, komt er steevast een liedje in mijn hoofd.” (Begint te zingen) “Op een mooie pinksterdag, samen in de zon …”

“Onze dochter zegt: ‘Trek het je niet aan als ze stout is, verwen haar maar, jullie zijn grootouders, ik zit wel op de blaren.’ Kinderen komen graag bij oma en opa omdat ze daar van alles mogen dat thuis niet mag. Verwennen betekent vooral tijd geven. Ik heb geen tijd, maar als Renée er is, bestaat alleen zij. We keken al uren samen door het raam naar voorbijrijdende auto’s. Ik probeer in haar hoofdje te zien wat er leeft, om dan samen op dezelfde manier naar de wereld te kijken. Naar een kevertje of een bloempje. Ze werpt me terug in een wereld waarin er niet veel gebeurt. Het staat haaks op mijn rusteloosheid. Ik slaap ontzettend goed als ik met dat kindje bezig ben geweest en droom alleen maar goeie dromen.”

”Ik wil haar opgroeien niet missen”

“In welke wereld Renée zal opgroeien weet ik niet. Sinds wij in de jaren zeventig tegen de atoomraketten betoogden zijn er alleen maar bij gekomen. De vrede is fragiel. We kunnen maar hopen dat nooit iemand op de knop drukt. Voor het klimaat focus ik me op kleine dingen waar we invloed op hebben. Als iedereen iets doet in de goeie richting gaat de wereld vooruit.”

“De goeie oude tijd was keihard werken, altijd hetzelfde eten, kromgegroeide mensen en vroeg sterven. We hebben nu een fantastische geneeskunde. Schrijf dat maar op: het gezeur dat het vroeger beter was, moet stoppen. Veranderd is de wereld wel. Het verkeer is onvoorstelbaar toegenomen, we eten nu gerechten van overal en reizen de wereld rond…”

“Ik weet niet hoe het over twintig jaar zal zijn, als Renée met haar elektrische auto naar een of ander virtueel feest gaat. Ik wil niets van haar opgroeien missen en een betrokken opa zijn. En het gaat zo rap. Ineens was ze geen baby meer, maar een peuter en nu al een kleuter. Een echt meisje geworden. Als je een minuut niet oplet is ze al een maand ouder.”

Foto’s: Kristof Ghyselink

Lees ook > Trotse grootouders: “Het is zo gemakkelijk je kleinkind graag te zien”

Dit interview verscheen eerst in het juninummer van het Magazine voor GROOTouders. Word lid van de Gezinsbond en meld je aan om dit magazine over de relatie tussen grootouders en kleinkinderen vier keer per jaar gratis in je brievenbus te krijgen. Je kunt je meteen ook abonneren op de maandelijkse digitale nieuwsbrief voor grootouders.

Gepubliceerd op: 09/01/2020

Tags: , ,