Je spot je baby of peuter steeds vaker met een duimpje in de mond. Doet dit alle alarmbellen afgaan in je hoofd? Krijg je meteen visioenen van een mond vol scheve tandjes in de lagere school? Je bent zeker niet alleen, maar paniek is gelukkig niet nodig. Duimzuigen kan immers perfect onschuldig zijn. En het valt af te leren.

Geboren zuigelingen

Pasgeborenen worden niet voor niets zuigelingen genoemd. Al in de baarmoeder heeft je baby zuigreflexen ontwikkeld: sommige kindjes duimen zelfs in de buik. De aangeboren zuigbehoefte is cruciaal om te overleven, en zorgt ervoor dat baby’s meteen na de bevalling proberen aan te happen.

De eerste paar maanden na de geboorte is de zuigbehoefte bijzonder sterk, waardoor veel kindjes het ook tussen voedingen door willen doen. Zuigen heeft immers ook een kalmerend en troostend effect. Het helpt hen om te ontspannen, zich veilig te voelen en zichzelf gerust te stellen wanneer ze zich onzeker of angstig voelen.

Is het erg als je kindje duimt?

Bij jonge baby’s kan duimzuigen dus absoluut geen kwaad. Meestal neemt de sterke zuigbehoefte vanzelf af na drie à vier maanden. Als je kindje in die periode al aan een fopspeen gewend is geraakt, blijft het zuigen wel associëren met troost, ontspanning of zelfs slapen. Daar is op zich niets mis mee, omdat je het gebruik van een speentje weer kan afbouwen. Lastiger wordt het wanneer de duim het favoriete zuigspeeltje is geworden: probeer die maar eens af te pakken…

‘Precies daarom heeft duimzuigen een heel slechte naam gekregen’, zegt baby- en kinderslaapcoach Nathalie Schittekatte van Snuggles & Dreams. ‘We hebben er als ouders geen controle over, en dan doemen er al snel nachtmerries op van duimende twaalfjarigen. Maar dat zijn écht de uitzonderingen, hoor. Het is ook niet zo dat baby’s die geen speentje willen automatisch gaan duimzuigen.’

‘Probeer niet te straffen of te zeggen dat “zuigen voor baby’s is”, want daar leert je kindje niets van’ – logopediste Karen Rubbrecht

Volgens haar bestaan er nog wel meer mythes over duimzuigen, die ze graag de wereld uit helpt. ‘Mensen reageren er doorgaans angstig op – “oei, een duimertje!” Maar in de praktijk valt het best mee qua negatieve gevolgen. Er wordt ook niemand gelukkig van als ouders boos of gespannen zijn door het duimzuigen. Dan belicht ik liever de positieve kanten: je baby kan zichzelf perfect bedienen met zijn handjes, waardoor zowel zijn als jouw slaap niet meer verstoord wordt door een speentje dat zoekraakt. Geweldig, toch?’

De meeste baby’s stoppen vanzelf met duimen naarmate ze ouder worden en zichzelf op andere manieren kunnen kalmeren, zegt Schittekatte. Dat gebeurt meestal tussen 2 en 4 jaar. ‘Hoe mobieler een kind wordt, hoe meer zijn of haar interesseveld vergroot. Daardoor zal het duimen naar de achtergrond verschuiven.

Wat je wél wil voorkomen, is dat het duimzuigen een automatisme wordt. Af en toe als troostmomentje of om in slaap te vallen: dat valt best mee. Maar zodra een kindje het gedachteloos begint te doen, uit gewoonte of verveling, gaat de frequentie per dag sterk omhoog. Dan wordt het veel moeilijker om het af te leren, en kan het ook de ontwikkeling van het gebit beïnvloeden.’

LEES OOK > Vragen van een toekomstige mama aan een mama van twee

Risico’s van duimzuigen

Constant duimzuigen is niet zonder gevaar, waarschuwt ook logopediste Karen Rubbrecht. ‘Tussen 6 en 9 maanden ontwikkelt het slikpatroon van een baby zich van een infantiel tot een matuur patroon, dat geschikt is om vast voedsel te eten. Als je kindje op die leeftijd een hardnekkige zuiggewoonte heeft aangeleerd, kan het in het infantiele slikpatroon blijven vastzitten. Dat kan leiden tot slappe tongspieren en een afwijkende stand van de tanden, maar later ook tot spraakproblemen.

Continu duimzuigen houdt ook risico’s in voor een verkeerde ontwikkeling van de kaak en het gebit, een over- of onderbeet, schuine tanden, openingen tussen de tanden … Heel wat orthodontische problemen op latere leeftijd kunnen voorkomen worden door vroeg in te grijpen bij duimzuigen.’

De meeste tandartsen adviseren om duimzuigen of fopspenen te beperken tot maximaal 6 uur per dag, en de gewoonte volledig af te bouwen tegen de leeftijd van 4 jaar.  ‘Ik raad ouders echter aan om het al te proberen afleren wanneer je kindje begint te stappen’, zegt Rubbrecht.

Ze wijst op een ander, minder bekend risico van veelvuldig duimzuigen. ‘Mensen vrezen altijd voor gebitsproblemen, maar het gebrek aan emotieregulering is minstens even belangrijk. Als je kind op elk lastig moment naar het duimpje of speentje grijpt, leert het immers nooit zelf zijn of haar emoties reguleren. Kinderen moeten leren emoties te hebben: wat is boos zijn, wat is verdriet hebben? Het is belangrijk om hen daar zelf mee te laten omgaan, weliswaar gesteund door de ouders. Maar bij hardnekkig duimzuigen leidt het duimpje steeds de aandacht af van vervelende emoties.’

Zo kun je duimzuigen afleren

Goed, je hebt besloten om het duimzuigen bij je kindje af te leren. Hoe begin je daar in godsnaam aan? ‘Stap één is je kind observeren’, zegt Nathalie Schittekatte. ‘Wanneer gaat die duim naar dat mondje? Door verveling, vermoeidheid of pijn? Gebeurt het altijd bij het voorlezen? Probeer die patronen te ontdekken.’

Stap twee is alternatieven aanbieden en de gewoonte verstoren. ‘Wordt de duim gebruikt als troost? Probeer dan zelf goed te troosten, misschien wel met een nieuwe knuffel die specifiek daarvoor bedoeld is. Hoort het duimen bij tv-kijken? Spreek je kindje erop aan zodra je merkt dat het duimpje weer naar de mond gaat.’

‘Bij baby’s helpt het om een bijtring of -speeltje in de plaats te geven’, zegt Karen Rubbrecht. ‘Bijten werkt bij erg jonge kindjes ook regulerend, én zo oefenen ze met kauwen. In mindere mate raad ik een fopspeen aan als de zuigbehoefte nog sterk is, maar bouw ook dat op tijd af.’

‘Af en toe als troostmomentje of om in slaap te vallen: dat valt best mee, maar je wil wel voorkomen dat het duimzuigen een automatisme wordt’ – baby- en kinderslaapcoach Nathalie Schittekatte

‘Je kan je kind mee aan boord helpen door een beloningssysteem uit te werken, bijvoorbeeld met stickers’, vult Schittekatte aan. ‘Hoe ouder het is, hoe beter je kan communiceren. Je kan vertellen waarom je graag wil dat het duimenzuigen stopt, uitleggen wat de risico’s zijn en afspreken wanneer het wel of niet meer mag.’ Rubbrecht: ‘Vergeet niet om ook stil te staan bij de emoties: waarom heb je op je duim gezogen, hoe voelde je je? Probeer niet te straffen of te zeggen dat “zuigen voor baby’s is”, want daar leert je kindje niets van.’

Rustig en liefdevol afbouwen is dan ook cruciaal. ‘Het is belangrijk om de gewoonte stelselmatig af te bouwen, want meteen cold turkey gaan is onmogelijk bij duimen’, zegt Schittekatte. ‘Onderzoek heeft zelfs aangetoond dat kindjes die fel onder druk worden gezet door de ouders om te stoppen met duimen er gemiddeld langer over doen om het af te leren. Dat is ook logisch: als je kind stress of angst ervaart, heeft het nóg meer nood aan het troostende en kalmerende effect.’

LEES OOK > Grote bed-tijd: van babybed naar peuterbed

Wat als het niet lukt?

Als het afbouwen goed gaat, kan je volgens Schittekatte overgaan tot stap drie: bewustwording bij je kind creëren dat het duimen binnenkort volkomen verleden tijd moet worden. ‘Praat er op een liefdevolle en zachte manier over, en probeer misschien naar een deadline toe te werken om de inspanning rustig op te voeren — een tandartsbezoek bijvoorbeeld.’

If all else fails en het duimzuigen echt problematisch lijkt te zijn, kan er aan de bel getrokken worden bij professionals. ‘Bijvoorbeeld bij een prelogopedist, gespecialiseerd in begeleiding van kindjes die nog niet kunnen praten, of een OMFT-therapeut, die oefentherapie biedt voor afwijkende mondgewoonten’, adviseert Karen Rubbrecht. ‘Er zijn ook hulpmiddeltjes te koop, zoals speciale hoesjes voor over de duim die het zuigen minder aantrekkelijk maken omdat er geen vacuüm meer wordt gecreëerd tegen het verhemelte.’

Beide experts willen ouders wel geruststellen: de angst dat je kindje nooit meer van de gewoonte af komt, is ongegrond. ‘Hardnekkig duimzuigen kan je niet van de ene op de andere dag afleren, maar élke gewoonte valt te doorbreken.’

Met een baby in huis ziet je leven er een pak anders uit. Daarom krijg je als jonge ouder gratis ‘Brieven aan Jonge Ouders’, een tijdschrift van de Gezinsbond boordevol herkenbare verhalen en boeiende weetjes. Ook kan je je inschrijven voor onze maandelijkse nieuwsbrief die perfect de leeftijd van je kindje volgt. Schrijf je hier snel in!

Gepubliceerd op: 18/01/2024, laatste update op: 23/01/2024