Mondt haast elke etenstijd bij jullie uit in een eten-strijd? Bij peuters is dat te verwachten. Tussen hun 18de en 24ste maand komen kindjes namelijk in een fase van voedselneofobie. Jawel, ze zijn dan bàng van nieuwe voedingsmiddelen. Zelfs als je peuter voordien een vlotte eter was, is de kans dus groot dat er nu regelmatig een bord door de keuken vliegt. Diëtiste Vicky De Beule legt uit hoe je dat overwint.

Krijgen alle kinderen te maken met voedselneofobie?

Vicky De Beule: ‘Ja, in mindere of meerdere mate. Het is dus niet de vraag of je peuter het op een bepaald moment moeilijk zal krijgen met eten, maar wanneer. Het goede nieuws is dat voedselneofobie tijdelijk is als je het juist aanpakt. Eraan toegeven is niet zo’n goed idee, omdat je dan riskeert dat je kind in deze fase blijft steken. Bovendien zal je peuter zo ook niet leren om nieuwe dingen te proberen in het leven. Fietsen lukt toch ook niet vanaf dag één.’

Waarom willen peuters ineens niets nieuws meer proeven?

‘Kinderen gaan in deze ontwikkelingsfase volop alleen op ontdekking. Het is dus een soort aangeboren bescherming, om te voorkomen dat ze dingen zouden eten die schadelijk kunnen zijn. Van daaruit hebben we allemaal van bij de geboorte ook een voorkeur voor zoet en zout en een afkeer van zuur en bitter, net omdat zulke dingen in de natuur vaak bedorven of giftig zijn.

Daarbij komt dat peuters op deze leeftijd een eigen willetje beginnen te ontwikkelen. Dat geldt ook op andere vlakken. Een kind kan per se een rode broek willen aandoen, niét die gele. Daar maakt niemand een probleem van. Maar als het wel die aardappel wil opeten en niét de groenten, ga je daar uiteraard op in. Met de beste bedoelingen, want je wil dat je kind genoeg, gezond en gevarieerd eet.’

Je moet in zo’n situatie toch reageren?

‘Heel wat ouders worden vanuit hun bezorgdheid boos, dwingen hun kind om het bordje leeg te eten, of verleiden hun peuter met beloningen. Zulke strategieën werken echter niet, of alleen op korte termijn. Op het vlak van voeding bereik je veel meer als je niets forceert. Sterker, forceren werkt averechts. Je riskeert om een grote belasting rond het tafelgebeuren te creëren, met spanningen en negatieve associaties. Je bent op die manier nog verder van je doel verwijderd.’

LEES OOK > Mijn peuter wil niet eten: hoe ga ik daarmee om?

Stop de strijd aan tafel

Autonomie

De truc is dus om het positief te houden aan tafel?

‘Inderdaad. Dat kun je doen door te focussen op autonomie (A), verbondenheid (B) en competentie (C). Dat zijn de drie essentiële psychologische basisbehoeften van elke mens. In een voedingscontext noem ik ze ABC-vitaminen.

Autonomie betekent dat je je kind in de mate van het mogelijke zelf laat eten. Veel ouders hebben de neiging om lang te lepelvoeden, maar als je peuter zelf met een vorkje of met de handjes kan eten, is dat veel plezieriger. Weet ook dat kinderen een aangeboren zelfregulering hebben. Ze voelen feilloos aan wanneer ze genoeg hebben gegeten. Was het lekker en overeten ze zich, zullen ze de keer erna minder eten, en omgekeerd.

Maak je daar dus niet druk om en verplicht je kind niet om dat bord leeg te maken. Laat je kind indien mogelijk ook zelf opscheppen. Zo wordt de autonomie nog meer geprikkeld. Schep je toch zelf op, ga dan altijd voor een klein lepeltje van alles. Is het op en vraagt je kind meer, schep dan nog een lepeltje bij. Dat voelt voor iedereen aangenamer dan een vol bord te moeten wegdoen.’

Moet je ook autonomie schenken op het vlak van voedingsmiddelen? Dan zou een kind toch vaak hetzelfde eten.

‘Ik raad ouders aan om een buffet te creëren. Zo kan je peuter zelf de keuze maken, maar wel uit de opties die jij aanreikt. Daarbij kun je iets wat je kind al kent naast iets nieuws plaatsen. Zo raakt je kind ermee vertrouwd, eventueel nog zonder te proeven. Dat hoeft trouwens geen berg werk te zijn. Je zet op tafel wat je al wou klaarmaken, maar dan uitgestald in buffetvorm, en voegt er bijvoorbeeld een mandje met brood en een kommetje gesneden komkommer of tomaatjes aan toe.’

Verbondenheid

Hoe zorg je voor verbondenheid?

‘Begraaf de strijdbijl en maak van het eetmoment een gezellig samenzijn. Uiteindelijk is samen aan tafel zitten belangrijker dan wat er gegeten wordt. En treed in interactie. Met je kind, maar ook met elkaar. Je peuter hoeft niet altijd in het middelpunt van de belangstelling te staan, zo lang je kind maar deel uitmaakt van de beleving.

Het helpt ook om voorspelbaarheid te creëren rond het eetmoment. Haast elk gezin heeft een slaapritueel, maar geen eetritueel. Waarom kiezen jullie geen liedje dat je altijd opzet wanneer je aan tafel gaat? Dan wordt het eetmoment duidelijk aangekondigd en weet je kind perfect wat er komt.’

LEES OOK > Slapeloze nachten bij peuters: hoe ga je daarmee om?

De strijdbijl begraven is niet evident als je peuter regelmatig z’n bord door de kamer gooit.

‘Zeker niet! Dat is heel vervelend en zulk gedrag mag aan banden worden gelegd. Maar boos worden of simpelweg zeggen “dat mag niet” heeft geen zin. Ook hier geldt dat voorspelbaarheid belangrijk is. Je kind gooit uit onmacht. Zorg dus dat je peuter weet welk alternatief er wél oké is wanneer proeven niet lukt. “Lik er eens aan of neem een hapje en spuug het rustig weer uit in dat kommetje”, bijvoorbeeld. Op die manier is er toch een uitweg als doorslikken nog niet lukt.’

Competentie

En wat met competentie?

‘Competentie betekent vertrouwen hebben in je kind en niet opgeven. Ja, het is vervelend als er weer weinig groenten zijn gegeten. Maar denk niet: “het lukt niet” wel “het lukt nog niet”. Kinderen hebben tentakels voor frustratie. Ze voelen het haarfijn aan als je ontevreden, wanhopig of gefrustreerd bent. Dat is geen fijn gevoel voor je kind, dat bovenop de angst komt die er al is aan tafel.

Het is ook belangrijk om in het achterhoofd te houden dat je peuter niet moeilijk doet om je te pesten. Je peuter wil proeven, maar het lukt gewoon niet, die angst neemt over. Met begrip, tijd en voldoende aanbiedingen is er zeker beterschap in zicht.’

Tips

  • Bepaal als ouder wat, waar en wanneer er wordt gegeten. Je kind bepaalt of en hoeveel het eet.
  • Proeven gebeurt stapsgewijs. Een groente voor het eerst aanraken is al super. Ermee spelen, er eens aan ruiken of likken ook. Hetzelfde geldt voor het in de mond nemen en uitspuwen. Soms moeten al die stappen worden doorlopen voor het lukt om iets op te eten.
  • Laat kinderen ook helpen in de keuken. Terwijl ze volop genieten van een activiteit met jou samen, worden ze spelenderwijs blootgesteld aan nieuwe voedingsmiddelen en verhoog je zo de kans op proeven.
  • Geef het goede voorbeeld: eet ook zelf van de dingen waarvan je zou willen dat je kind ze leert proeven. Of laat dingen die je kind moet laten, zoals frisdrank.
  • Maak eten leuk. Laat je peuter een leuk bord of bestek uitkiezen in de winkel, of organiseer eens een picknick in de living of gooi een tafellaken over de eettafel en kruip ‘in de tent’ onder tafel voor een tussendoortje.

Vicky De Beule is diëtiste en auteur van ‘Ik lust dat niet. Aan tafel met een moeilijke eter’ (Pelckmans). Volg Vicky voor meer tips op haar Instagram Positiefvoeden.

Dit artikel is eerder verschenen in Brieven aan Jonge Ouders, het gratis tijdschrift voor alle ouders dat je automatisch in de bus krijgt. Daarnaast hebben we ook een maandelijkse nieuwsbrief voor kersverse ouders die perfect de leeftijd van je kindje volgt. Schrijf je hier snel in!

Gepubliceerd op: 19/12/2022, laatste update op: 06/01/2023

Tags: , ,