Voetballen tijdens de middagpauze, met vrienden gaan fietsen of even skaten na school: voor de meeste jongeren is zo’n dagelijkse portie lichaamsbeweging evident. Maar wat als je in een rolstoel zit en sportieve ambities hebt? G-sporter Maxime Decrock (15) laat zich alvast niet tegenhouden door zijn fysieke beperking: ‘Als corona er geen stokje voor steekt, neem ik deze zomer deel aan het WK powerchairhockey.’

Jong geleerd

Sinds de Red Lions ons een gouden medaille hebben bezorgd op de Olympische Spelen is de hockeyploeg alom gekend in België. Maar weinigen weten dat we ook een fantastische powerchairhockeyploeg hebben.

Als een van de beste achte teams ter wereld strijden zij deze zomer in Zwitserland voor de wereldtitel. Maxime is een van de spelers die de kleuren van ons land zullen verdedigen. Zelf is hij als kleuter in de wereld van powerchairhockey euhm… gerold.

‘Ik droom ervan om wereldkampioen te worden met onze ploeg’

‘Ik heb spinale spieratrofie type 2, een ziekte waardoor mijn spieren steeds zwakker worden’, steekt de G-sporter van wal. ‘Dat is aangeboren, dus de symptomen treden al op jonge leeftijd op. Toen ik drie jaar was kwamen mijn ouders toevallig in contact met mijn trainer. Die nodigde me uit om eens te komen proberen en… ik ben nooit meer gestopt.’

Wat hij er zo leuk aan vindt? Daar hoeft Maxime niet lang over na te denken. ’De snelheid! We spelen in speciale sportrolstoelen, waarmee we tot 18 kilometer per uur kunnen halen. Maar dat doe je natuurlijk niet vanaf dag één.

Ik ben lang geleden begonnen in mijn gewone rolwagen, waar ik elke dag in zat. Het eerste wat je moet leren, is er goed mee rijden en draaien. Je moet behendig worden. Pas later oefen je ook met een bal op een groter veld.’

LEES OOK > Dossier: mijn kind is anders

Wat voor hockey???

Powerchairhockey, daar hoort een woordje uitleg bij. ‘Elk team bestaat uit een keeper en vier spelers’, legt de G-sporter uit. ‘Je speelt dus vijf tegen vijf. Afhankelijk van hoe sterk elke speler fysiek is, krijgt die een cijfer tussen 0,5 en 4,5.

Zelf ben ik 0,5 omdat ik door mijn beperking erg weinig kan. Een vriend van mij kan stappen, dus hij is bijvoorbeeld een 4. In totaal mogen beide ploegen niet hoger zijn dan 12, zodat het eerlijk blijft.

Vaak gaat het er heel spannend aan toe. Want zelfs al moet je uitkomen tegen een ploeg die fysiek iets sterker is, toch kan je winnen als je het slim aanpakt en goed samenspeelt. Ook die tactische kant maakt powerchairhockey zo’n leuke sport. Dat, én het hele teamgebeuren.

Tegenstanders op het veld, vrienden ernaast

Maxime heeft een hechte band met zijn teamgenoten. ‘We komen heel goed overeen. We spelen met verschillende leeftijden door elkaar: de meeste leden bij ons in de club zijn in de twintig, anderen zijn wat jonger dan ik. Maar dat verandert niets aan de sfeer.

We horen elkaar veel, ook naast de trainingen. We spreken bijvoorbeeld regelmatig af om naar de film te gaan of zo.

Eigenlijk bouw je zelfs met je tegenstanders op den duur een goede band op, want het is een klein wereldje. Je komt steeds dezelfde mensen tegen op tornooien. We zijn competitief, maar naast het veld zijn we allemaal vrienden.’

Ook Maxime is behoorlijk competitief. ‘Ik win graag, ja’, lacht hij. ‘Ik kijk steeds met een gezonde spanning uit naar een wedstrijd, en tijdens een match ga ik er altijd volledig voor.

Maar als we verliezen, lig ik er ook niet van wakker. Uit je fouten kan je namelijk leren. Mijn doel is vooral om beter te worden. Daarom ben ik zo blij dat ik in de nationale ploeg mag spelen, zo kan ik nog meer groeien als speler.’

LEES OOK > Gloria Monserez: ‘Die heftigheid, dat is net het zalige aan jong zijn’

T-stick

Maxime heeft eerder een verdedigende positie op het veld. ‘Spelers die genoeg kracht hebben om een stick vast te houden, hebben een floorball stick en gaan er vooral mee aanvallen. Ik kan mijn armen minder goed bewegen, dus ik heb een T-stick die bevestigd is aan mijn powerchair. Dat is eerder verdedigend.’

‘Sommige mensen weten niet eens dat onze sport bestaat, en dat is echt zonde. Als je in een elektrische rolstoel zit, zijn G-sporten als rolstoelbasket niet haalbaar – maar powerchairhockey wel’

‘Mijn precieze rol is voornamelijk om spelers van de andere ploeg tegen te houden, zodat mijn teamgenoot die de bal heeft, kan passeren en scoren. Zonder tegen de andere spelers te botsen, natuurlijk. Dat mag niet, het zou veel te gevaarlijk zijn.

Er zit bescherming rond onze stoelen, maar ik heb al gezien hoe spelers na een botsing omvervielen. Een sportrolstoel weegt al snel 120 kilo, dus er moeten dan verschillende mensen komen helpen om die persoon terug recht te krijgen. Bovendien hoop je dan vooral dat hij of zij niets gebroken heeft. Mijn ouders vinden het om die reden soms best eng om te kijken.’ (glimlacht)

Team Belgium (en meer dan dat)

G-sporter MaximeMaxime mag uitkomen voor de nationale ploeg. ’Je moet geselecteerd worden, een beetje zoals in het voetbal. Je moet dus echt goed zijn in de sport’, vertelt de G-sporter.

‘Ik mocht eind 2019 starten, maar niet veel later kwam corona… Heel vaak hebben we dus nog niet samengespeeld, jammer genoeg. De tornooien zijn nu trouwens weer allemaal geannuleerd. Gelukkig mogen we wel nog trainen.

Op woensdagen train ik bij mijn gewone club in Antwerpen. Ik zit daar op internaat, op een school die regulier onderwijs aanbiedt voor mensen met een beperking. Eigenlijk ben ik van Hasselt, maar toen ik moest starten in het middelbaar hadden ze die optie nog niet bij ons in de buurt.

Op zich komt het niet slecht uit: de sporthal is op een kilometer van het internaat, dus ik ga er zelf naartoe met mijn rolwagen. Mijn weekends zijn voorbehouden voor de competitie in België en in Nederland, want daar speel ik ook.

Fysiek belastend

Als er eens geen competitie is, neem ik deel aan tornooien. In september heb ik samen met een vriend zelfs een eigen tornooi georganiseerd. Dat was heel tof om te doen, en het was een echt succes. Er waren veertien ploegen aanwezig, wat meer dan oké is voor een eerste editie.

In zijn vrije tijd laat Maxime het trainen wel los. ‘Voor mij is het fysiek niet haalbaar om tussendoor nog bij te trainen. Door mijn spierziekte kan ik mijn spieren niet trainen. Sowieso moet je ook voldoende rusten tussendoor.

We zitten misschien in een rolstoel, maar zo’n toernooi is écht vermoeiend. Als je aan 18 kilometer per uur rijdt en bochten neemt, moet je je hele lichaam opspannen om die bewegingen op te vangen.

Wat ik wel vaak doe in mijn vrije tijd: mijn tactisch inzicht oefenen door vorige matchen te herbekijken. Soms alleen, soms met mijn teamgenoten. We analyseren dan welke fouten we hebben gemaakt en wat we anders kunnen aanpakken. We bestuderen onze tegenstanders trouwens ook, zodat we hun manier van spelen kennen.

LEES OOK > Ouders van sportende tieners: hoe doen ze het?

Geen prijzengeld

Maxime speelt bijna ieder weekend een toernooi, maar een mooi potje prijzengeld heeft hij nog niet bijeengespaard. ‘Nee, er zijn geen geldprijzen bij powerchairhockey. We spelen voor de eer of voor een medaille.

Als een team kampioen speelt, wordt dat uiteraard gevierd, met een barbecue. Maar verder valt er niet echt iets te winnen, het gaat vooral om de ervaring.

Eigenlijk kóst de sport vooral geld. Het begint bij het materiaal. Sommige spelers gebruiken een sportrolstoel van de club, maar als je op hoog niveau speelt, moet je er speciaal een laten maken. Daarvoor betaal je rond de 15.000 euro. Destijds heeft mijn hele familie meebetaald via een crowdfunding, anders was dat veel te duur.’

‘Er zit bescherming rond onze stoelen, maar ik heb al gezien hoe spelers na een botsing omvervielen’

‘Het WK in Zwitserland zal mij 800 euro kosten. Je mag niet vergeten: voor een tornooi heb je ook een begeleider nodig die je helpt om in je stoel te raken, en bij het aankleden en eten. Bij mij is dat meestal gewoon een van mijn ouders, maar dat betekent dat we twee keer dat bedrag moeten betalen.

Ook naar de tornooien in het weekend gaat er geld: vaak zijn die op enkele uren rijden, dus daarna boeken we een hotel om in de buurt te overnachten. Ik vind het ontzettend jammer dat powerchairhockey zo duur is, maar voor mij is het sowieso elke cent waard.’

Wereldkampioen!

Of Maxime nog een droom heeft die hij graag wil waarmaken? ‘Ik droom ervan om met onze ploeg wereldkampioen te worden. En voor mezelf persoonlijk: een zo goed mogelijk niveau halen in mijn positie.

Daarnaast is het mijn doel om powerchairhockey bekender te maken. Sommige mensen weten niet eens dat onze sport bestaat, en dat is echt zonde. Als je een beperking hebt waardoor je in een elektrische rolstoel zit, zijn G-sporten als rolstoelbasketbal of -rugby niet haalbaar. Maar powerchairhockey kan dus wel.

Die boodschap wil ik zo veel mogelijk verspreiden. Voor mij is die sport namelijk ontzettend belangrijk in mijn leven. Het geeft me de kans om aan topsport te doen op het hoogste niveau. Dat vind ik super.’

Foto’s: Kristof Ghyselinck

LEES OOK > Bashir Abdi over de lange weg naar een olympische medaille

Benieuwd wat je allemaal kan doen als G-sporter? Neem dan een kijkje bij Parantee-Psylos, de Vlaamse unisportfederatie G-sport.

Dit artikel komt uit nummer 91 van ons magazine BOTsing, bedoeld voor ouders van tieners tussen 12 en 17 jaar. Word lid van de Gezinsbond en ontvang BOTSING gratis.

Gepubliceerd op: 07/02/2022

Tags: ,