Heb jij de afgelopen jaren zonnepanelen laten installeren? Dan ben je niet de enige. Een half miljoen Vlaamse gezinnen hebben erin geïnvesteerd. En waarom ook niet? Je werkt mee aan een duurzamere energieproductie zonder er je broek aan te scheuren – dankzij het principe van de terugdraaiende teller.

Alleen trekt de rechtbank nu een streep door die regeling. Wat zijn de concrete gevolgen? Hier vind je het antwoord op de belangrijkste vragen.

Terugdraaiende teller?

Een klassieke, analoge meter telt hoeveel energie je verbruikt. Telkens als je stroom van het net haalt, loopt de meter op. Als je zonnepanelen meer energie produceren dan je verbruikt, dan draait de meter achteruit.

Maar digitale meters kunnen niet achteruit draaien. Ze werken met twee aparte meters. Je verbruik wordt geteld door de afnamemeter, en de injectiemeter houdt bij hoeveel stroom je op het net plaatst. Ongeveer 100.000 gezinnen hebben al zo’n digitale meter.

Om de aankoop van zonnepanelen te stimuleren, voorzag de Vlaamse overheid daarom ook voor digitale meters het principe van de terugdraaiende teller.

Heb je bij de installatie van je digitale meter gekozen voor het systeem van de terugdraaiende teller, dan verrekent de netbeheerder je productie en je verbruik en bezorgt hij het resultaat aan je energieleverancier, net zoals een echt terugdraaiende teller.

Draait mijn digitale meter nu niet meer terug?

Kort gezegd: Sinds 1 maart draait je meter niet meer  terug. Wat je afneemt van het net wordt apart gemeten en gefactureerd van wat je terug levert.

Het Grondwettelijk hof vernietigde het principe van de terugdraaiende teller, als de teller ook beide richtingen apart kan meten. De nieuwe digitale meter kan dat. Op 1 maart 2021 hebben de netbeheerders daarom van alle digitale meters  de meterstanden uitgelezen en vastgelegd. Op basis van die meterstanden krijg je een tussentijdse afrekening.

De hele winter hebben zonnepanelen relatief weinig elektriciteit geleverd. De kans is daarom klein dat je meter nog negatief stond. Je bent dus geen zelf opgewekte stroom kwijt.

Maar als je normale meteropname in het najaar gebeurt, dan heb je nog niet de kans gehad om het verbruik van de winter op te vangen met de zomeropbrengst van je zonnepanelen. De tussentijdse afrekening kan dan hoog uitvallen, zeker als je elektriciteit gebruikt voor je verwarming en warm water.

De stroom die je volgende zomer opwekt, zal je moeten verkopen om er een vergoeding voor te krijgen. (zie volgende vraag)

Krijg ik voortaan nog een vergoeding voor stroom die ik op het net zet?

Kort gezegd: ja, als je een terugleveringscontract afsluit – maar de vergoeding is lager. Je eigen energie opgebruiken is interessanter.

Als je een digitale meter hebt, dan kun je sinds 1 januari een terugleveringscontract afsluiten. Voorlopig bieden nog lang niet alle energieleveranciers zo’n contract aan, al zullen de meesten dat wellicht snel doen.

Alle leveranciers verplichten je bovendien om dat terugleveringscontract te combineren met een van hun eigen standaard leveringscontracten. Hoewel wettelijk niet verplicht, moet je op dit moment dus beide contracten bij dezelfde leverancier afsluiten.

Stroom kost voor gezinnen ongeveer 6 à 8 eurocent per kilowattuur. Maar je betaalt ook distributiekosten, taksen, toeslagen, btw, … De totale kostprijs loopt daardoor op tot zo’n 25 à 28 eurocent per kilowattuur.

De stroom die je levert wil de leverancier graag met een winstmarge verkopen. Hij biedt je daarom minder dan de marktprijs. Op dit moment krijg je 2 tot 5 cent per kilowattuur.

Het verschil in prijs tussen afgenomen energie en geleverde energie is heel groot. Je gebruikt dus best zo veel mogelijk je eigen energie, zonder die eerst op het net te plaatsen.

LEES OOK > Kan ik mijn stookkosten verlagen met kleine ingrepen?

Geen terugdraaiende teller meer voor zonnepanelen: alle vragen op een rij

Zo veel mogelijk zelf verbruiken, hoe doe ik dat?

Kort gezegd: gebruik je energie meteen bij opwekking, voor ze het net op gaat.

De digitale meter heeft twee tellers. Verbruik je meer dan de zonnepanelen opwekken, dan haal je via de afnameteller extra stroom van het net. Wekken je zonnepanelen meer op dan je verbruikt, dan gaat het overschot via de terugleverteller weer op het net.

Een digitale meter houdt je verbruik bij per kwartier. De stroom van je zonnepanelen die je direct opgebruikt, passeert niet langs je meter. Die blijft dus evenveel waard als de stroom die je normaal van het net zou halen.

Veel gezinnen gaan nu al flexibel om met hun energieverbruik. Ze wachten om bepaalde toestellen in te schakelen tot het goedkopere nachttarief begint. Met zonnepanelen doe je hetzelfde: je schakelt toestellen in als je goedkope zonnestroom hebt.

Als je thuis bent in coronatijd is dat handig, maar normaal gezien staan veel huizen overdag leeg. Er bestaan automatisch schakelbare toestellen, of stopcontacten die je kunt laten aansturen op basis van je productie. Op Maak Je Meter Slim vind je meer info.

Ook recente warmtepompen zijn vaak aanstuurbaar. Ze zullen alvast extra warmte maken en opslaan als er goedkope energie beschikbaar is. Als je heel flexibel bent met je energiegebruik is het nieuwe systeem mogelijk zelfs voordeliger voor jou dan de terugdraaiende teller.

LEES OOK > Hoeveel kost een elektrische auto aan stroom?

Ik heb nog een oude analoge meter, wat gebeurt er nu met mijn tarief?

Kort gezegd: met je analoge teller gebeurt er voorlopig helemaal niets.

De analoge meter kan afname en injectie niet apart meten, en is dus altijd een terugdraaiende teller. Fluvius, de netbeheerder, zal die meters straat per straat vervangen door digitale meters. Tot dan blijf je met een analoge meter ook gewoon het prosumententarief betalen.

Dat prosumententarief is de forfaitaire vergoeding die eigenaars van zonnepanelen (en ook windmolens en WKK-installaties) sinds 2015 betalen voor het gebruik van het elektriciteitsnet. Het is een gemiddelde vergoeding.

Voor gezinnen die weinig flexibel zijn in hun elektriciteitsverbruik, bijvoorbeeld door elektrische verwarming, was het prosumententarief een goede zaak. Kan je je eigen verbruik vaak laten samenvallen met zonnige periodes, dan is het nieuwe systeem voordeliger.

Kan ik de digitale meter weigeren?

Kort gezegd: dat kan, als je er nog geen hebt tenminste.

De netbeheerder voert de digitale meters vanaf nu straat per straat in. Je krijgt vooraf een brief met de planning. Heb je zonnepanelen, dan mag je de plaatsing weigeren tot 2025. Zo kan je nog enkele jaren gebruik maken van je klassieke, terugdraaiende teller.

Maar let op: de eenmalige financiële compensatie is ook maar geldig tot 2025. Bij een weigering kom je achteraan de lijst te staan. De kans is dan groot dat je niet meer in aanmerking komt voor de compensatiepremie. Tel dus goed uit welk systeem voor jou het voordeligst is, voor je de digitale meter weigert.

Hoe krijg ik de compensatie voor het wegvallen van de terugdraaiende teller?

De Vlaamse regering werkt een eenmalige financiële compensatie uit voor eigenaars van zonnepanelen met een digitale meter. Hoeveel die bedraagt hangt af van het jaar waarin je de zonnepanelen installeerde, het vermogen van je installatie, en het jaar waarin je de digitale meter krijgt.

Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap maakte een simulator om je compensatie te schatten. Je kan deze vinden op tellercompensatie.be.

De compensatie zul je moeten aanvragen. Je schrijft je best in op de nieuwsbrief van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap.

Wat als ik nu nog zonnepanelen wil leggen?

Kort gezegd: kies voor oost en west.

Na de aanmelding van je panelen zal Fluvius, de netbeheerder, zo snel mogelijk een digitale meter komen plaatsen. Je hebt sinds 1 januari 2021 immers geen recht meer op een terugdraaiende teller. Je hebt wel recht op een eenmalige premie tot 1500 euro, afhankelijk van de grootte van je installatie.

Om je eigen verbruik zo hoog mogelijk te krijgen, is het interessant om niet al je panelen naar het zuiden te richten. Als je dak het toelaat, plaats je idealiter de helft naar het oosten, en de helft naar het westen.

Zo heb je heel de dag door een meer gelijkmatige opbrengst. Moet je kiezen tussen oost of west, dan is west de betere keuze: bij de meeste gezinnen valt de verbruikspiek ’s avonds.

LEES OOK > Je dak isoleren: hoe pak je dat aan?

Ik ben huurder, heb ik dan ook recht op de compensatie?

Huurders en zonnepanelen, ze hebben al jaren een moeilijke relatie. De huurder kan enkel zonnepanelen plaatsen mits toestemming van de verhuurder. Maar als de verhuurder de zonnepanelen legt, mag hij de huurprijs niet zomaar aanpassen.

De investering zit bij de verhuurder, terwijl de huurder geniet van de terugdraaiende teller. De huurder betaalt wel het prosumententarief.

Kom je als nieuwe huurder in een woning met zonnepanelen, dan kan de verhuurder bij het bepalen van de huurprijs wel rekening houden met die zonnepanelen. Je betaalt een iets hogere huurprijs, maar een lagere energierekening.

Zodra de huurwoning een digitale teller krijgt, verdwijnt die terugdraaiende teller. De huurder zal nu gewoon betalen voor de stroom die hij van het net afneemt. Maar hij krijgt ook een vergoeding voor de teruggeleverde stroom. Het prosumententarief valt weg.

De huurder zal dus nog steeds minder betalen voor zijn energierekening dan in een woning zonder zonnepanelen. Hoe meer hij die stroom verbruikt op hetzelfde moment dat hij opgewekt wordt, hoe groter zijn korting op de energierekening.

De eigenaar, die de zonnepanelen plaatste, kan aanspraak maken op de compensatiepremie. Als hij ondertussen de zonnepanelen deels doorrekent in de huurprijs, dan is dat een bijkomend rendement.

Je kan in onderling overleg met de verhuurder een aanpassing van de huurprijs vragen, maar de verhuurder is niet verplicht die toe te kennen.

Wat vindt de Gezinsbond van het energiebeleid?

Gezinnen hebben geen onbeperkt inkomen. Als je investeert, wil je dus ook dat die investering je situatie verbetert. Je kan een financieel rendement willen, of je investeert in iets wat je comfort verbetert, je gelukkiger maakt of je onvergetelijke ervaringen oplevert.

De overheid moet wel zorgen voor rechtszekerheid. Alleen dan kan je vooraf correct bepalen of een investering voor jou voldoende opbrengt. Die rechtszekerheid is hier geschonden.

Het huidige energiebeleid voor zonnepanelen kijkt heel sterk naar de individuele situatie. Ze kijkt enkel naar wat elk gezin zelf verbruikt. Om de planeet op termijn leefbaar te houden, moeten we zo snel mogelijk af van fossiele energie. We hebben dus duurzame stroom nodig, en veel!

Het energiebeleid zou daarom moeten stimuleren om alle beschikbare daken zo vol mogelijk te leggen, en tegelijk zelf zuinig om te springen met energie. Dat gaat radicaal in tegen het huidige beleid voor zonnepanelen.

Een oplossing is om het prijsverschil tussen geleverde en afgenomen stroom zo klein mogelijk te maken. Dan is een terugdraaiende teller niet meer nodig. Je verkoopt je opbrengst van je zonnepanelen en verdient zo de investering terug.

En je bent zuinig met energie, want alles wat je verbruikt, moet je zelf betalen. Om het prijsverschil te verkleinen moeten heel wat kosten van de energietransitie uit de elektriciteitskost worden gehaald, en verdeeld over alle energiebronnen. Liefst op basis van hun milieu-impact.

Meer info?

Je vindt heel wat informatie op de website van de Vlaamse energieregulator VREG. Ook het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap heeft een lijstje met vaak gestelde vragen opgesteld.

Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 22/01/2021, laatste update op: 09/04/2021

Tags: , , ,