Lieve Elias,

Eerste sneeuwstapjes (Foto: Saar Steverlinck)

Jouw 18e levensmaand is er eentje die ik nooit zal vergeten. Het begon veelbelovend. We trokken veel de natuur in met ons gezin op zondag. We genoten van het samenzijn, van de frisse buitenlucht en jij stapte voor het eerst in de sneeuw. Maar ergens halverwege de maand word je plots ernstig ziek.

Niet pluis

Je had wat koorts en we gingen meteen naar de huisarts. Op een lichtjes rode keel na was er aan jou niets te zien. Maar die nacht slaap je eigenlijk amper en blijf je onrustig. ’s Morgens zie ik meteen dat je je nekje raar houdt en we vertrekken naar de pediater. Mijn moederinstinct geeft me duidelijk aan dat er iets niet pluis is. De pediater besluit om je onmiddellijk op te nemen voor onderzoeken.

Over mijn grenzen

Dan gaat het plots heel snel. Er wordt bloed genomen en een urinestaal en een uur later zegt de arts me dat ook een ruggenprik nodig zal zijn. Ik voel de grond onder mijn voeten wegzakken want ik wil niet dat je zoiets moet ondergaan. Maar het moet. Ik blijf in de gang staan en papa gaat met je mee. Ik kan het niet aanzien hoe ze je moeten vasthouden om de prik veilig te laten verlopen. Daarna volgen nog scans van je longen en van je nek. Al mijn moedergrenzen worden in hoog tempo overschreden en ik huil veel die dag.

Voor mijn ogen zieker

We weten nog altijd niet helemaal wat er precies met je aan de hand is, maar ik zie je voor mijn ogen zieker worden.

Ik word gek van die reddeloosheid en die onmacht.

Ik wou dat ik het van je kon overnemen.

Ik wou dat dit niet gebeurde.

Ik wou dat het een boze droom zou zijn.

Wanneer de diagnose uiteindelijk gesteld wordt, worden we met spoed overgebracht naar een ander ziekenhuis waar de juiste expertise is om jou te kunnen behandelen. Een intensieve antibioticakuur moet de infectie uit je lichaam krijgen.

Moord en brand

Spelen in het ziekenhuis. (Foto: Saar Steverlinck)

Wat dan volgt zijn ein-de-loze dagen in het ziekenhuis. Je papa en ik wisselen elkaar af. Thuis wacht er immers nog een kindje op ons dat ook onze zorg en aandacht nodig heeft.

In het ziekenhuis wandelen we samen door de gangen. We spelen in de speelkamer en proberen je te entertainen in onze ziekenhuiskamer. Regelmatig prul je aan je katheder en dus moet je erg vaak opnieuw geprikt worden. Je schreeuwt moord en brand wanneer er verpleging in je buurt durft komen en ook het toedienen van de antibiotica gaat niet altijd gemakkelijk. Maar het moet om je beter te maken.

Het is een erg dubbel gevoel: ik ben tegelijk dankbaar voor de goede zorgen van de verpleging en toch ook boos omdat je het allemaal moet meemaken. Ik moet zo vaak mijn tranen doorslikken als ik merk dat je pijn hebt of verdrietig bent. Ik word boos op mezelf om de kleine zorgen die een week geleden mijn gedachten nog beheersten.

Beter

Stilaan zien we je elke dag terug meer jezelf worden. Je speelt weer, je eet beter, je slaapt minder en je lacht ons weer vaker toe. Ik ben zo blij dat je het goed doet.

De artsen zetten ons echter gauw met onze voeten op de grond. Er kan pas van ontslag gesproken worden wanneer ook je bloedwaardes weer gezond zijn. Dus ploeteren we nog even voort en hopen we op het beste.

Naar huis!

Weer thuis! (Foto: Saar Steverlinck)

En na wat voelt als een eeuwigheid is het eindelijk zover: de dokters geven groen licht en we mogen je weer mee naar huis nemen. Daar moet je nog een tijdje thuis uitrusten en verder antibiotica krijgen. Het kan ons niet deren, we zijn zo blij dat we je eindelijk weer zonder draadjes en verbanden in onze auto kunnen zetten. ’s Avonds eten we frietjes om je thuiskomst te vieren.

Ik ruim met plezier de rommel op die jij en je broer in minder dan tien minuten weer hebben kunnen maken. Ik besef dat we er goed vanaf gekomen zijn en ik wens mijn twee jongens vanuit het diepste van mijn hart een erg goede gezondheid toe.

Dankbaar kruip ik mijn bed in. De wetenschap dat al mijn jongens weer in hun eigen bed liggen, maakt mij even zielsgelukkig.

Liefs van je mama,

Saar

>>> Klik door naar de eerdere dagboeken van Elias

Saar is 30 en woont in het bronsgroen eikenhout van Limburg.  Ze is getrouwd met Wout en samen hebben ze twee zoontjes (Kasper en Elias) en een poes (Dorus).
De tijd waarin Saar niet aan het werken of aan het opvoeden is, houdt ze zich bezig met muziek, lezen en schrijven. Dat doet ze bijvoorbeeld op haar eigen plekje op het wereldwijde web, de blog Paardensaartje
In het echte leven geeft ze les aan de PXL Hogeschool in Hasselt. Met veel passie en liefde voor het vak helpt ze daar kleuterleid(st)ers opleiden.
Pas bevallen of nog in verwachting? Schrijf je hier in om deze razend interessante reeks Brieven aan Jonge Ouders te ontvangen.

Tags: , ,