De sandwichgeneratie combineert een dubbele zorgtaak met een job. Met zoveel op je bord is het belangrijk om je eigen grenzen te bewaken en hulp in te roepen. Je hoeft het niet allemaal alleen te doen, en je mag ‘nee’ zeggen. Voor velen is dat even wennen. Maar eens je die houding aanneemt, valt er een last van je schouders. Hoe vraagt die sandwichgeneratie hulp? We geven je wat tips en tricks.

De supersandwich

LEES OOK > De sandwichgeneratie: hoe ziet jouw sandwich eruit?

Mensen uit de sandwichgeneratie rollen vaak als een ‘supersandwich’ in hun dubbele zorgtaak. Ze houden alle balletjes tegelijkertijd in de lucht en denken dat ze eeuwig kunnen blijven jongleren.

‘Ik ben vaak heel moe. Maar ja, je bijt op je tanden en je doet door. Het lost niets op om erover te sakkeren. De zorg voor mijn moeder kan ik niet overlaten aan iemand anders, en die voor de kleinkinderen ook niet.
En ik kan mijn werk toch niet laten slabbakken omdat ik die zorg erbij moet nemen. Het lukt me wel.

Langzaamaan beseffen sandwichers dat het niet realistisch is om alles alleen te blijven doen, en zoeken ze naar manieren om de last te verlichten. Dat is niet zo gemakkelijk als het lijkt. Grenzen stellen en hulp vragen is een kunst. Een flinke portie assertiviteit en een probleemoplossende houding komen goed van pas.

Het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van hogeschool Odisee vroeg aan 37 vrouwen en mannen tegen welke grenzen zij aanlopen, en hoe zij als sandwichgeneratie hulp vragen.

Grenzen tussen werk en zorg

De meest zichtbare grenzen voor sandwichers zijn de grenzen tussen de levensdomeinen waarin ze actief zijn: de zorg voor de oudere generatie, de zorg voor de jongere generatie, hun werk en hun eigen persoonlijke leven.

Sommige sandwichers vinden het fijn dat die niet té strikt afgebakend zijn. Ze vinden het soms handig om op het werk dingen voor thuis te kunnen regelen, en thuis nog wat jobtaken af te ronden. Zij zijn de ‘integreerders’.

LEES OOK > Overbevraagde grootouders zijn de echte sandwichgeneratie

Vaak mengen ze ook de zorg voor de generaties: ze nemen hun kleinkinderen mee naar hun eigen ouders en schakelen hun eigen volwassen kinderen in voor de hulp aan de grootouders.

‘Ik probeer alles zo te regelen dat het in mekaar past. Ik ben heel flexibel.
Als ik met mijn moeder naar de dokter moet, dan stop ik vroeger met werken. Maar dan werk ik ’s avonds thuis wat door.
Ik probeer ook op woensdag thuis te werken, zodat ik dan ook op mijn kleinkinderen kan passen. Ik kan best goed multitasken.’

Andere sandwichers hebben een voorkeur voor duidelijke en strikte grenzen. Thuis willen ze niet meer te veel denken aan het werk. Als ze zorgen voor hun ouders of grootouders willen ze zich het liefst daarop kunnen concentreren en niet te veel andere dingen aan het hoofd hebben. Zij zijn de ‘segmenteerders’.

‘Ik kan dat perfect gescheiden houden. Ik kom op het werk toe en dan is er niets anders in mijn hoofd. Ik kom thuis en dan denk ik niet meer aan het werk.
Wat ik op een bepaald moment van de dag doe, doe ik heel geconcentreerd. Ik laat het werk mijn privéleven niet beïnvloeden en omgekeerd ook niet.’

De integreerders hebben een voorkeur voor vage grenzen, en de segmenteerders voor duidelijke grenzen. Het één is niet beter dan het ander. Mensen gaan nu eenmaal anders om met grenzen.

LEES OOK > Het karakter van de sandwichgeneratie: wat voor sandwich ben jij?

Persoonlijke grenzen

Op de tweede plaats zijn er de persoonlijke grenzen: de scheidingslijnen tussen wat je wel en niet kunt, en wat je wel en niet wilt.

Het is niet altijd makkelijk om die persoonlijke grenzen te bepalen. Vaak gebeurt dat dan ook met vallen en opstaan.

Communiceren over je eigen grenzen is zelfs nog moeilijker. Praten over je eigen grenzen staat voor veel sandwichers gelijk met ‘neen’ leren zeggen.

‘Ik heb ook geleerd om op school nee te zeggen. Als de leerlingbegeleider mij als klasleraar vraagt om contact op te nemen met de ouders, dan zeg ik “nee, dat is jouw taak”. Na zoveel jaren hier op school durf ik dat wel.
Nee zeggen duurt zo lang als ja zeggen. Maar je moet soms wel sterk in je schoenen staan. Dan zie ik al mijn collega’s naar mij kijken en probeer ik niet rood te worden. Maar zover heb ik het al gebracht. Ik kan heel zeker van mijn stuk “nee” zeggen.’

Leren ‘nee’ zeggen

De sandwichers hebben er een handje van weg om zichzelf weg te cijferen voor anderen. Nee zeggen gaat dan in tegen de ‘natuurlijke’ reflex. Het is veel gemakkelijker om ja te zeggen. Nee zeggen vergt oefening, maar je kunt het leren. Dit stappenplan helpt:

Stap 1: probeer aan te voelen wat de vraag die je krijgt, bij jou oproept. Voel je dat je nog ver weg bent van je eigen grenzen, of loopt je er stilaan tegenaan? Sta je eigen gevoel hierover toe.

Stap 2: antwoord niet te snel op de vraag. Denk bewust na of wat van je wordt gevraagd in je agenda past, en of het je direct of indirect ook voldoening kan geven.

Stap 3: onderbouw je ‘nee’ met argumenten. Voor sandwichers zijn er een viertal erg belangrijk:

  • de uitstellende nee: nu past het niet, maar wel op aan ander moment
  • de doorverwijzende nee: iemand anders kan het veel beter doen
  • de alternatieve nee: je kunt het gevraagde niet doen, maar wel iets anders
  • de zelfzorg-nee: het is te druk of te veel. Zeg dan nee om te zorgen dat je niet crasht.

Stap 4: trek je beslissing achteraf niet in twijfel. Wees je ervan bewust dat je een beslissing hebt genomen die belangrijk voor je was en die helpt om alle balletjes die je in de lucht houdt zo lang mogelijk in het rond te laten dansen.

Een ja was misschien makkelijk geweest op korte termijn, maar door nee te zeggen heb je gekozen voor zelfzorg én voor vol te houden zorg voor anderen.

‘Zelfzorg is belangrijk. Je moet jezelf soms op de eerste plaats zetten. Dat is moeilijk voor veel mensen, zeker ook voor mij.
Maar soms moet je zeggen: “Nu eens niet, nu gaat het niet, het is te veel, ik kan het er niet meer bij nemen.”
Ik weet dat het niet makkelijk is om dat te zeggen, maar het is echt belangrijk.’

Professionele hulp inroepen

Groeit het allemaal boven je uit? Er liggen heel wat mogelijkheden in de professionele hulp. Hulp aan huis zoals poetshulp, verpleeghulp en huishoudhulp bieden soelaas om de zorg voor de oudste generatie georganiseerd te krijgen.

Voor de meeste sandwichers is het niet zo moeilijk om de meerwaarde hiervan in te zien, al botst het inroepen van externe hulp al eens op weerstand bij die oudere generatie.

LEES OOK > Langer thuis wonen: hoe organiseer je thuiszorg?

Die professionele hulp brengt wel een nieuwe taak met zich mee: de organisatie ervan moet gemanaged worden. Wie komt wanneer? Wie doet wat? Daar komen vaak heel wat communicatie- en organisatorische skills bij kijken.

Lukt thuis wonen niet meer? Dan is het tijd om te kijken naar een woonzorgcentrum. Dat is vaak een nog veel moeilijkere beslissing.

Hulp van broers en zussen

Hulp kan ook komen van het eigen familiale en sociale netwerk. In veel gevallen loopt de verdeling van de zorg tussen broers en zussen goed, zeker als ze in de buurt wonen van de eigen ouders.

‘Ik heb nog een zus en een broer. We hebben een beurtrol zodat er elk weekend zeker iemand langsgaat bij onze ouders.
Als mijn broer komt dan werkt hij in de tuin en de serre. Mijn zus kookt veel en brengt mijn moeder twee keer per week eten.
Ik vind dat ik nog altijd het meest moet bijspringen, maar zo doet iedereen toch iets.’

Als sandwichers het gevoel hebben dat ze te weinig kunnen steunen op broers en zussen en dat de zorg té ongelijk verdeeld is, kan dat gevoelens van ontevredenheid en boosheid oproepen die de relaties kunnen verzuren.

De stress van de zorg kan bovendien sluipende conflicten laten uitbarsten in regelrechte ruzies. Bovendien spelen ook vaak zaken mee uit de kinder- en jeugdtijd. Onopgeloste spanningen en oude patronen kunnen weer naar boven komen.

Het is zeker niet ongewoon dat broers en zussen van de sandwichgeneratie met elkaar in de knoop liggen. Uit zo’n conflict raken is niet gemakkelijk. Deze tips kunnen helpen:

  • Besef dat niet iedereen dezelfde draagkracht heeft als jij. Misschien kunnen jouw zussen en broers niet zoveel hooi op hun vork nemen als jij.
  • Maak een lijstje van alle taken, en kijk wie welke taak op zich zou kunnen nemen. Kijk zeker ook voor welke taken je professionele hulp kunt inschakelen.
  • Hou er rekening mee dat jij en je broers en zussen elk je eigen relatie hebben ten opzichte van je ouders. De kwaliteit van de vroegere relatie kan een belangrijke motivatie zijn om nu wel of niet zorg op te nemen. Kwetsuren uit de kinder- en jeugdtijd zijn niet zo makkelijk van tafel te vegen.
  • Aanvaard de hulp die komt, al wordt die misschien anders ingevuld dat jij wenst.

Geraak je er niet uit, dan kan het interessant zijn om een derde in te schakelen: een maatschappelijk werker of een gezinsbegeleider, de huisarts of een familiaal bemiddelaar.

Oefening van sandwichcoach Veerle Lengeler: hulpbronnen en grenzen stellen

Heb je niet echt zicht op jouw situatie? Met onze oefeningen kun je proberen helder te krijgen waar jouw grenzen liggen, en op welke hulp je kunt terugvallen. Want het is belangrijk om als sandwichgeneratie hulp te vragen en je grenzen stellen – zowel voor jezelf als voor diegenen voor wie je zorgt.

Nog veel meer artikels en oefeningen vind je in ons dossier over de sandwichgeneratie.

Samen met het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van hogeschool Odisee, Cense-Odisee en Loopbaanbegeleidingscentrum Emino- Kompas heeft de Gezinsbond in 2018 een project opgestart om deze sandwichgeneratie beter te ondersteunen. Het project loopt tot 2021 en wordt gesteund en gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds en de Vlaamse Overheid.

Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

sandwichgeneratie: combinatielogo ESF
Gepubliceerd op: 12/11/2020, laatste update op: 13/11/2020

Tags: ,