Opvang geregeld krijgen voor je kinderen voor en na school of op vakantiedagen: het is vaak een ingewikkelde puzzel. Toch is het superbelangrijk om die als gezin gelegd te krijgen. Anders kunnen ouders niet aan het werk. Bovendien geeft buitenschoolse opvang kinderen en jongeren uit kwetsbare milieus meer kansen om zich te ontplooien. Daarom wil de Vlaamse overheid er samen met de lokale besturen aan werken dat ieder gezin krijgt waar het recht op heeft: kwaliteitsvolle, toegankelijke en betaalbare buitenschoolse opvang.

Alleen is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Een herverdeling van de schaarse middelen dreigt het aanbod in heel wat steden en gemeenten te verminderen. Dat is voor gezinnen een ramp, want zij hebben continuïteit en zekerheid nodig om de organisatie van werk en gezin rond te krijgen. En kinderen uit kwetsbare gezinnen of met zorgnoden zullen wellicht als eersten uit de boot vallen.

LEES OOK > Kinderopvang in Vlaanderen: dit moet veranderen

Een mooi decreet, maar …

Op 3 mei 2019 werd een nieuw decreet goedgekeurd over de organisatie van buitenschoolse kinderopvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA). De lokale overheid, de steden en gemeenten dus, krijgt de regie om kinderopvang, onderwijs, jeugd, cultuur en sport beter op elkaar te laten inspelen en zo het aanbod op elkaar af te stemmen.

Vanaf 2026 verliest een op de drie lokale besturen tot ruim 40% van het huidige subsidiebudget voor buitenschoolse opvang.

Zo hoopt de Vlaamse regering kinderen meer ontplooiingskansen en speelmogelijkheden te geven buiten de schooluren. Daarnaast zou de nieuwe aanpak ouders de kans geven om te gaan werken of opleidingen te volgen, en gelijke kansen in onze samenleving bevorderen.

Maar die doelstellingen zijn met de huidige middelen niet realistisch. En in plaats van meer geld vrij te maken voor alle lokale overheden, is de Vlaamse overheid van plan het budget voor heel wat steden en gemeenten in te krimpen.

LEES OOK > Dagboek van meester Brecht, kinderbegeleider in de buitenschoolse opvang: ‘Elk kind moet zich goed voelen in de opvang’

… waar blijven de centen?

Vanaf 2026 verliest een op de drie lokale besturen tot ruim 40% van het huidige subsidiebudget voor buitenschoolse opvang. Zo komen de werking en de plannen van heel wat gemeenten en organisatoren van buitenschoolse opvang in gevaar.

Steden en gemeenten die minder subsidies krijgen, zullen noodgedwongen moeilijke keuzes moeten maken: de prijs van opvang en activiteiten verhogen, de kwaliteit verlagen, strikter selecteren wie recht krijgt op een plaats in de opvang, …

Zelfs voor lokale besturen waarvoor extra middelen opzijgezet worden, lijkt het onhaalbaar om de opvang aan te bieden die nodig is.

Sector en gezinnen in zwaar weer

Veel opvangplaatsen weten nog niet wat er hen na 2026 te wachten staat. Daardoor verlaat veel personeel de werkvloer: de onzekerheid komt bovenop het weinig aantrekkelijke imago van een sector die al geruime tijd in zwaar weer zit.

Het resultaat is nog meer personeelskrapte en plaatstekort, terwijl het voor gezinnen vandaag al vaak onbegonnen werk lijkt om een plekje te vinden in de opvang.

In het BOA-decreet staat dat alle kinderen, ook kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met zorgnoden, moeten kunnen participeren in het BOA-aanbod. Maar met een verminderd aanbod én minder kwaliteitseisen zullen zij wellicht als eersten het gelag betalen.

LEES OOK > Goed voorbereid aan het nieuwe schooljaar beginnen: checklist

Meer Vlaamse middelen nodig

De Gezinsbond vraagt aan de Vlaamse overheid om dringend voldoende middelen vrij te maken zodat álle steden en gemeenten het recht op een plaats in de buitenschoolse opvang kunnen waarmaken voor álle gezinnen en kinderen.

Dat is een enorme investering. Maar het is de enige manier om de doelstellingen te halen die de Vlaamse overheid zelf vooropgesteld heeft in het decreet, zoals een hogere tewerkstellingsgraad en kansen voor kinderen uit kwetsbare milieus om zich te ontplooien en beter Nederlands te leren.

Voor de Gezinsbond is het duidelijk: het recht op een plaats in de buitenschoolse en vakantieopvang is cruciaal voor onze gezinnen, én voor onze samenleving. We wachten met spanning tot de Vlaamse overheid haar belofte nakomt en dit recht gerealiseerd is.

Aandachtspunten voor steden en gemeenten

Steden en gemeenten hebben door het decreet de regie in handen gekregen. Ongeacht hoeveel middelen er zijn, kunnen ze die opdracht meer of minder gezinsvriendelijk invullen.

Belangrijk is dat ze rekening houden met alle types gezinnen: gezinnen met kinderen in verschillende leeftijdsgroepen, kinderen met een specifieke zorgnood of handicap, pleegkinderen, kinderen van gezinnen in co-ouderschap die niet in de gemeente gedomicilieerd zijn, kinderen van wie de ouders deeltijds werken, geen vaste werkuren hebben, of niet van tevoren weten wanneer ze opvang nodig hebben omdat ze werk zoeken, …

LEES OOK > Hoe maken we kinderopvang toegankelijker voor iedereen?

Tips voor lokale besturen

We geven graag een aantal suggesties mee aan de lokale besturen, want ook zij spelen een belangrijke rol in de realisatie van een aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten op maat van alle gezinnen.

1. Zorg voor transparante en laagdrempelige informatie over het aanbod

Het is belangrijk dat ouders via diverse kanalen en op verschillende plaatsen informatie krijgen voor het hele aanbod op het grondgebied van de gemeente, óók dat van externe organisaties en partners. Bundel dat aanbod in een kalender die op vaste momenten wordt verspreid — ook via niet-digitale kanalen. Scholen zijn een waardevol infokanaal voor ouders.

2. Hou het betaalbaar, en wees discreet

Opvang en activiteiten moeten betaalbaar zijn voor iedereen, ook voor grote gezinnen, gezinnen die leven van één inkomen, mensen in armoede … Werk waar mogelijk inkomensgerelateerd en gezinsgemoduleerd. Voorzie een sociaal tarief en korting voor tweede en volgende kinderen; maak gebruik van een systeem om inschrijvingskosten te spreiden; doe een beroep op beschikbare fondsen en projectmiddelen. Wees steeds transparant over het hele kostenplaatje én de kortingsmogelijkheden, maar wees tegelijk discreet over effectieve kortingen en sociale tarieven voor specifieke gezinnen naar andere kinderen en gezinnen toe.

3. Werk flexibel en op maat

Overweeg een voorrangsregeling voor broers en zussen, voor kinderen van alleenstaande ouders en ouders in armoede. Voorzie urgente of occasionele opvangplaatsen voor kinderen van wie de ouders werk zoeken of hun werkuren niet van tevoren kennen. Werk zoveel mogelijk op maat, en sta open voor wijzigingen in de opvangregeling. Het leven van gezinnen verandert voortdurend, dus ook de opvangbehoefte.

4. Last but not least … bewaak de kwaliteit van het gehele aanbod

Voorzie voldoende en gekwalificeerde begeleiders voor het aantal kinderen in de opvang. (Zie ook de richtlijnen van het VVSG en de subsidievereisten Jeugdwerk.)

Maak een gevarieerd, niet genderstereotiep spelaanbod, met mogelijkheid tot vrij spel en rust — ook voor oudere kinderen die nood hebben aan een prikkelarme omgeving na een drukke schooldag. De mogelijkheid tot buiten spelen is een absolute must.

Doe aan zelfevaluatie en teamreflectie. Sta open voor suggesties van kinderen, medewerkers en ouders. Maak tijd voor inspraak en overleg met de ouders over de noden en het welbevinden van hun kinderen.

Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 31/08/2023, laatste update op: 16/10/2023