Pesten blijft een pest in onze samenleving. Eén op vijf kinderen wordt gepest op school. Op de werkvloer is de situatie ‘beter’: zo’n 4 procent wordt echt gepest. Daarentegen geeft één op zeven wel aan ‘negatief’ gedrag te ervaren van collega’s en of baas, zoals verzwegen informatie of een gevoel van uitsluiting. Ook niet iets waar je gelukkig van wordt.

Hoe kunnen wij als samenleving zorgen dat kinderen minder pesten? Er zijn veel factoren waardoor kinderen pestgedrag vertonen, zoals onzekerheid of onstabiele thuissituaties.

Moreel gedrag

Ook bepaald gedrag kan aan de basis liggen van pestgedrag, zo blijkt uit onderzoek aan de universiteit van Groningen. Doctoraatsstudente Dorinde Jansma richtte zich op 7- tot 12-jarigen om pesten te verklaren. Ze richtte zich daarbij op morele ontwikkeling van kinderen. Vier aspecten kwamen daarbij aan bod:

morele sensitiviteit: bv. het kind weet wanneer kinderen worden uitgesloten of gepest.
rechtvaardiging op moreel vlak: bv. het kind weet welk gedrag mag of kan en waarom.
morele motivatie: bv. het kind doet wat juist is, zoals ingrijpen bij pesterijen.
moreel karakter: bv. het kind zet door om te doen wat juist is ook als ze tegengewerkt worden.

De conclusie was simpel: Hoe ‘moreler’ een kind zich gedraagt, hoe minder hij of zij pest.

LEES OOK: Een antipestbeleid is dringend nodig

Mildheid

Alle aspecten hangen samen met alle rollen binnen een pestsituatie. Met andere woorden: zowel bij pester als gepeste, wie helpt bij pesten, wie toekijkt of wie verdedigt speelt elk van deze aspecten een rol.

Kinderen die hoog scoorden op meerdere morele aspecten, ontwikkelden meer prosociaal gedrag dan kinderen die maar op één aspect hoog scoorden.

Nog opvallender was het effect van mildheid, een onderdeel van moreel karakter. Hoe milder een kind, hoe minder vaak het pest of een pester helpt.

De impact van de klas

Niet enkel het gedrag of karakter van een kind bepaalt of er gepest wordt, ook het functioneren van een klas.

Jansma ontwikkelde vervolgens een programma om kinderen in de klas te leren om milder te zijn. Hoe milder het gedrag, hoe minder pesten voorkwam in de klas. Ook het antisociaal gedrag van kinderen in de lagere school verminderde door het stimuleren van mildheid.

Goed nieuws voor leerkrachten dus, die soms met de handen in het haar zitten om pestgedrag in de klas te verminderen. Ingrijpen in de algemene klaswerking kan dus helpen!

LEES OOK: Wat kan ik als mama of papa doen tegen pesten?

week tegen pesten
Week tegen pesten (2-9 februari 2018)
Naar goede gewoonte houdt Ketnet een grote actie tegen Pesten. Er is de move tegen pesten, het Manipest én er werden smoelen getrokken tegen pesten: ruim 15.000 zelfs. Bekijk het resultaat op de website.

 

Daarnaast organiseert Ketnet ook STIP IT: Samen Tegen Iemand Pesten. Wie de vier punten van een vierkant op de hand tekent, gaat akkoord met deze vier regels:

 

1. Ik vind pesten niet oké en zal er nooit aan meedoen.
2. Ik praat erover als pesten mij bang of verdrietig maakt.
3. Ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij.
4. Ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die gepest wordt.

 

Ook Kies Kleur tegen Pesten organiseert vanalles, waaronder de ‘Pesten kan niet’-prijs. Bekijk het overzicht op de website.

 

De Gezinsbond engageert zich mee tegen pesten. Steun onze werking, versterk onze stem en word nu lid.

Tags: , , ,