De meeste ouderen kijken ernaar uit om zo lang mogelijk in hun eigen huis te wonen. Zelfs al zijn de kinderen het huis uit en is de woning stilaan te groot. Zeker als je wat minder mobiel wordt, rijst de vraag of je niet beter naar iets kleiners verhuist. Wil je toch langer zelfstandig thuis wonen, denk dan op tijd na over de nodige aanpassingen om je woning leeftijdsvriendelijk te maken. 

Langer zelfstandig thuis wonen

‘Ageing well in place or move in time.’ Die Engelse uitspraak vat goed samen waarover het gaat: zorg ervoor dat je woning aangepast wordt om er op latere leeftijd nog in te kunnen wonen. Anders kan je maar beter op tijd verhuizen, want een oude boom verplant je niet zomaar.

Alles begint met een kritische blik op hoe je huis er vandaag uitziet. Hoe zit het met de drempels en de trap? Valt dat op te lossen met een hellend vlak of heb je een traplift nodig? Kan je eventueel op de benedenverdieping – met enkele aanpassingen – in een slaapkamer en een badkamer voorzien? En hoe gemakkelijk raak je nog alleen je huis binnen als je minder mobiel wordt? Lukt het dan ook nog om een tas vol met boodschappen naar binnen te dragen?

Een ander aandachtspunt is het onderhoud van je woning. Kies je ervoor om beneden te wonen, dan moeten de bovenverdiepingen ook nog regelmatig onderhouden worden. Dat zijn extra kosten, tenzij je daarover met je kinderen afspraken kan maken. Hetzelfde geldt voor het onderhoud van de tuin, als je daar zelf niet meer toe in staat bent.

LEES OOK > 12 praktische tips om langer thuis wonen haalbaar én veilig te houden

Wat als je valt?

Het risico om te vallen mag je nooit onderschatten. Uit onderzoek blijkt dat jaarlijks een op de vijf 65-plussers valt. Bij tachtigers loopt dat op tot twee op de vijf personen. Gelukkig meestal zonder blijvende gevolgen. Toch hebben veel ouderen moeite om zonder hulp weer op te staan, zeker als ze zich verwond hebben.

Hoe dichter je de tachtig nadert, hoe minder kans dat je nog verhuist, behalve misschien naar een woonzorgcentrum

Buitenshuis gaan minder mobiele ouderen algauw een wandelstok en/of rollator gebruiken om zich te verplaatsen. Maar in veel woningen is het moeilijk om je op die manier vlot van de ene naar de andere ruimte te begeven. Stevige handgrepen, brede doorgangen en deuren kunnen helpen.

Het risico om te vallen leidt niet zelden tot discussies met de kinderen, die zich daarover terecht zorgen maken. Je kan dan kiezen voor een alarmsysteem, bijvoorbeeld in de vorm van een pols- of halsbandje met een alarmknop.

Veel ouderen vertrouwen in de eerste plaats op hun gsm. Ze vinden een alarmsysteem te duur, het voelt als een inbreuk op hun privacy of ze denken dat het pas zinvol is als je bijna niets meer kan. Maar een alarmsysteem kan ook de kinderen waarschuwen als je daar zelf niet meer toe in staat bent, door een slechte val of omdat de gsm nog op tafel ligt … Ga het gesprek hierover met je dochter, je zoon of een zorgverlener niet uit de weg.

Ook de buurt is van belang bij je keuze om in je vertrouwde huis te blijven wonen. Als je ouder wordt, ga je veelal meer een beroep doen op de buren. Zorgzame buren zijn van onschatbare waarde, voor sociaal contact maar ook om je te laten helpen. We wonen in Vlaanderen vaak erg verspreid, waardoor de afstand tot de winkel, de dokter of andere voorzieningen te groot kan worden. Dan ben je afhankelijk van anderen.

Toch verhuizen?

Uit cijfers blijkt dat steeds meer ouderen het een goed alternatief vinden om te verhuizen naar een aangepaste woning. Terwijl in 2013 maar een kwart van de ouderen dat overwoog, was dat aantal in 2018 al opgelopen tot veertig procent.

Lijkt het je ook beter om te verhuizen naar een andere woning? Stel die beslissing dan niet uit. Hoe dichter je de tachtig nadert, hoe minder kans dat je nog verhuist, behalve misschien naar een woonzorgcentrum.

Het risico om te vallen leidt niet zelden tot discussies met de kinderen, die zich daarover terecht zorgen maken

Als je verhuist vóór je huidige woning een last wordt, heb je voldoende tijd om een geschikt alternatief te vinden: een kleinere woning dichter bij het centrum, een appartement, eventueel een benedenverdieping met tuin, een woning in een co-housing project …

Een voordeel van te blijven wonen in je buurt, zijn de sociale contacten die je er sinds jaar en dag hebt opgebouwd. In een totaal onbekende buurt moet je je nieuwe buren nog leren kennen en ook dat vraagt tijd.

Ga je dichter bij het centrum van je stad of dorp wonen, dan is het gemakkelijker om achteraf hulp aan huis te laten komen. Thuiszorg komt overal, maar waar de zorgvragers dichter bij elkaar wonen, kan deze dienstverlening soepeler georganiseerd worden. Misschien wil je wel eens wat vroeger geholpen worden omdat je uitgenodigd bent bij familie. Dan valt dat af te spreken met de thuisverpleegkundige. Dichter bij alle voorzieningen blijf je ook langer zelfstandig. Kapper, winkel, dokter en apotheker bevinden zich meestal op wandelafstand.

Toch hoef je daarvoor niet naar de stad te verhuizen. Aan de rand van een goed uitgeruste dorpskern woon je vlak bij het groen én in de buurt van alle voorzieningen. In verkavelingen of op het platteland is dat dan weer veel minder het geval.

Ook de Vlaamse overheid ondersteunt de Vlaming om oud te worden in zijn vertrouwde omgeving. Premies voor aanpasbaar wonen spelen daar concreet op in. Tegelijk is het belangrijk om alle pro’s en contra’s goed in kaart te brengen en te weten of dat ook in jouw situatie de beste keus is.

LEES OOK > Zo lang mogelijk zelfstandig wonen? Neem tijdig je voorzorgen

Meer info

Dit artikel verscheen in september 2021 in De Bond, het ledenblad van de Gezinsbond. De Bond kan ook bij jou (gratis!) in de bus vallen. Het enige wat je hoeft te doen, is lid worden. Nieuwtjes en activiteiten van de Gezinsbond meevolgen kan ook via FacebookTwitter en Instagram.

Gepubliceerd op: 25/08/2021

Tags: