Wat is de overeenkomst tussen verslavende games en de beste leerkracht die je ooit had? Beide geven je het gevoel dat je ergens goed in bent, en in staat tot méér. De Amerikaanse professor Richard Ryan, grondlegger van de Zelf-Determinatie Theorie (ZDT), legde in een lezing haarfijn uit hoe dat komt.

Motiveren tot leren. De Zelf-Determinatie Theorie (ZDT) vertrekt van het positieve mensbeeld dat ieder van ons wordt geboren met de drang om te groeien en onszelf te ontwikkelen.

Daarbij komen drie grote basisbehoeften in beeld:

1) autonomie (jezelf mogen zijn en je eigen keuzes maken)
2) competentie ervaren (goed zijn in iets en daar ook erkenning voor krijgen)
3) verbondenheid met anderen (veilige en harmonieuze relaties met andere mensen kunnen aangaan).

Als deze behoeften vervuld worden, leveren ze ons energie om ons evenwichtig te ontwikkelen. Als ze onderdrukt worden, krijgen we het moeilijker om ons te ontplooien en welzijn te ervaren.

Succes van games

In die drie basisbehoeften vinden we ook de reden waarom multiplayer games als World of Warcraft zo’n aantrekkingskracht hebben. “Je bent verbonden met anderen en krijgt samen dingen voor elkaar, je hebt heel veel autonomie en je krijgt voortdurend positieve feedback. Zelfs een onhandige speler als ik kreeg er levels bij, gewoon door voort te spelen”, weet professor Ryan.

“Ik heb het twee jaar gespeeld, en het was best verslavend. Ik zat soms tot in de kleine uurtjes achter mijn scherm. Elke keer dat mijn vrouw erover kloeg dat ik ‘s nachts niet sliep, zei ik: ‘Schat, ik ben bezig met onderzoek.’” (lacht) – Richard Ryan

De drie basisbehoeften worden dus vervuld. Daarom gamen kinderen en jongeren zo graag. Daar kunnen we dan weer iets van leren voor het bijsturen van opvoedsituaties thuis en in de klas.

Lokken, dwingen of willen?

Je hoeft je kinderen doorgaans niet te motiveren voor een activiteit die ze zelf al leuk vinden. Ze doen die omdat ze het zelf willen en de activiteit als prettig beschouwen. Dat noemen we intrinsieke motivatie. Wie intrinsiek gemotiveerd is, boekt betere resultaten en houdt ook langer vol.

Een van de grote uitdagingen voor ouders en opvoeders is kinderen zover krijgen dat ze taken uitvoeren die ze níet leuk vinden. Van groenten eten tot huiswerk maken. Daar is vaak sprake van weinig intrinsieke motivatie (als het aan het kind lag, werden de groenten niet gegeten of het huiswerk niet gemaakt). Dan grijpen we naar extrinsieke vormen van motivatie: prikkels die het kind in een bepaalde richting proberen te lokken, of te dwingen.

Straffen en belonen

Straffen en belonen zijn typische voorbeelden. En die werken ook, maar vooral op korte termijn. Bovendien geraakt gedrag gekoppeld aan de straf of beloning, of de aanwezigheid van de persoon die die uitdeelt. Met andere woorden: als de beloning wegvalt, of de opvoeder is niet in de kamer, verdwijnt ook (meestal) het gewenste gedrag.

Een subtielere vorm van extrinsieke motivatie zien we als een kind bepaald gedrag stelt omdat het daarmee goedkeuring of liefde oogst. Of dingen juist niét doet uit angst voor veroordeling.

Ook dat is eigenlijk niet aan te raden. Als het kind het gevoel heeft dat ouders hem alleen graag zien als hij goede punten haalt, gaan zowel de ouder-kindband als het geestelijk welbevinden van het kind daar op langere termijn onder lijden.

Waarden en normen

Een vorm van extrinsieke motivatie die gunstige effecten kan hebben en dichter aansluit bij intrinsieke motivatie, zien we wanneer een kind een taak niet doet omdat het die leuk vindt, maar omdat het voeling heeft met de waarden die erachter zitten.

Ook voor volwassenen gaat dit op. In de regen steunkaarten voor een goed doel verkopen, is iets wat weinig mensen echt leuk vinden. Het strookt wel met ons breder engagement. Daarom doen we het uit vrije wil. We vinden het waardevol en zijn achteraf ook tevreden van onszelf.

Schoolprestatie versus motivatie

Studies over het verband tussen de motivatie van studenten en hun schoolprestaties tonen keer op keer aan dat hoe meer studenten intrinsiek gemotiveerd zijn, hoe beter en grondiger ze leerstof verwerken en hoe minder ze werk voor zich uit schuiven.

Bepaalde vormen van extrinsieke motivatie zorgt er ook wel voor dat scholieren gaan studeren, maar oppervlakkiger en met minder effect op lange termijn. De resultaten van de studies zijn gelijklopend over leeftijdsgroepen, studierichtingen en nationaliteiten heen.

Meer autonomie

Hoe graag we dat ook zouden willen, elk kind zo aanpakken dat het thuis of op school intrinsiek gemotiveerd en enthousiast aan elke opdracht begint, is een sprookje. Sommige taken zijn nu eenmaal minder prettig, en leren doorzetten als het minder leuk is, hoort ook bij opgroeien.

Maar dat wil niet zeggen dat er geen marge is om de intrinsieke motivatie van jongeren te versterken, ook op school. Dat kan door hen te ondersteunen in hun behoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid, stelt Ryan.

“Als leerkracht geraak je al een heel eind om de autonomie van leerlingen te ondersteunen als je bereid bent de dingen vanuit hun perspectief te zien. Waarom vindt een leerling een taak te moeilijk, of niet interessant? Door dingen te benoemen en vervolgens samen naar oplossingen te zoeken, voelt de leerling zich meer aangesproken.

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

Leerlingen zelf laten nadenken over hoe ze de opdracht willen aanpakken, en hen vervolgens de kans geven dat uit te proberen, verhoogt hun interesse en betrokkenheid. En als de opdracht echt niet zo leuk is, helpt het ook om redenen aan te dragen waarom ze wel nuttig of belangrijk is.

Dat laatste geldt net zo goed voor volwassenen. Als je baas je midden in een drukke week vlakaf zegt: ‘Deze extra klus moet af tegen vrijdag’, zonder erbij te zeggen waarom, voel je je wellicht onder druk gezet of gebruikt, en zoiets ondermijnt je motivatie.”

Beloning, focus op punten en resultaten, strengheid en controle worden zelden genoemd als positieve, motiverende factoren.

Optimale uitdaging

Iets om in ons hoofd te houden als we het gevoel van competentie bij een leerling willen verhogen, is ‘optimale uitdaging’, stelt Ryan. “De opdracht moet uitdagend zijn, maar niet té moeilijk. Wie stelselmatig het gevoel heeft dat hij er niet in slaagt om te doen wat er van hem verwacht wordt, voelt zich ongelukkig en gaat al snel uitwegen zoeken.

Ook de hele tijd op de tippen van je tenen lopen om net het gewenste niveau te halen, werkt op langere termijn averechts. Het leerproces moet in stapjes aangepakt worden, zodat er frequente succeservaringen zijn.”

Feedback

De leerling moet ook weten waar en bij wie hij terechtkan als hij vastloopt, en de ondersteuning die hij krijgt, moet hem vooruit helpen.

“Feedback over het werk van de leerling zou alleen maar mogen gaan over de opdracht in kwestie. En als je een leerling een complimentje wil geven, zorg er dan voor dat het gaat over iets wat hij heeft gedáán.” Met andere woorden: heb ook (of zelfs vooral) oog voor de inspanning.

Inzetten op verbondenheid

Verbondenheid is de basisbehoefte die in scholen en op de werkvloer nogal eens over het hoofd wordt gezien. “Als je je als individu waardevol en gewaardeerd weet, werk je beter. Warmte en inclusie maken een groot verschil voor je welbevinden, net zoals betrokkenheid en omkadering als het even wat minder gaat. Ook de gelegenheid om iets van je ervaring te kunnen delen met anderen, geeft veel voldoening.”

‘Ik vind mijn juf lief.’ Ouders horen het hun kinderen graag zeggen als ze thuiskomen van school. Maar de eenvoudigste en goedkoopste investering die een leerkracht of opvoeder kan doen, is het kind het omgekeerde gevoel geven: ‘Mijn juf vindt mij lief’.

Ryan: “We zijn gemotiveerd om ons best te doen voor mensen met wie we ons verbonden voelen. Het kost niets om te glimlachen als het kind de klas binnenkomt en te zeggen: ‘fijn dat je er bent’. Het kind weet zich gezien en gewaardeerd. Dat schept het begin van verbondenheid.”

De rol van leerkrachten

De conclusies over de rol van leerkrachten laten zich samenvatten aan de hand van een studie over 23 landen en culturen heen. Daarin werd studenten gevraagd naar een beschrijving van de meest motiverende én de meest demotiverende leerkracht die ze ooit hadden. De resultaten die Ryan in het auditorium projecteert, zeggen genoeg.

“In geen enkel verslag werden beloning, focus op punten en resultaten, strengheid en controle genoemd als positieve factoren. In veel verhalen waren dat juist elementen die gekoppeld werden aan de meest demotiverende leerkracht. Maar in elk verslag sprongen naast enthousiasme vooral autonomie-ondersteuning en verbondenheid naar voren als de belangrijkste eigenschappen van de meest motiverende leerkracht.”

 

Dit artikel verscheen in de gezinskrant De Bond op 14 april 2017. De Bond is maar één van de vele extra’s waar leden van de Gezinsbond van kunnen profiteren. Ontdek meer voordelen.

 

Blijf op de hoogte:

Tags: , ,