Zita Theunynck woont met haar kat en man in Antwerpen. Ze schreef het boek ‘Het wordt spectaculair. Beloofd’ en schrijft momenteel aan twee tv-reeksen die in ontwikkeling zijn voor Eén. Zita is het gewoon om in haar kot te blijven. Fysiek heeft de crisis op haar eigenlijk niet zo’n grote impact. Mentaal des te meer. 

Ik ben een scenariste. Voor wie niet weet hoe dat werkt: dat betekent eigenlijk dat ik 10% van de tijd met mijn collega’s samen brainstorm en de grote lijnen voor de afleveringen uitzet. De overige 90% van de tijd zit ik alleen thuis te werken, achter mijn computer.

Onderbroek

Mijn vaste werkdag ziet er zo uit. Ik sta op om half acht. Ik ga eerst een uurtje joggen (dat is mijn versie van pendelen naar het werk) om dan een douche te nemen, de koffie op te zetten en thuis achter mijn computer te gaan zitten. Tegen 19 uur klap ik mijn computer dicht en wandel ik naar de keuken om te beginnen koken.

De Corona Quarantaine (Blijf in uw kot – ga alleen buiten voor een fysieke activiteit of om naar de winkel te gaan) is dus eigenlijk mijn leven. In die zin is er voor mij weinig of niets veranderd.

Wat er natuurlijk wel veranderd is, is de wereld daarbuiten. Dat én het feit dat ik nu een collega heb.

Een collega die besloten heeft in z’n onderbroek te werken én wiens haar ik dit weekend zelf heb proberen te knippen en die er daarom nu een beetje als Koen Buyse van Zornik uitziet. Maar niettemin een soort van collega.

En die veranderde wereld blijkt, ondanks een onveranderde routine, veel impact te hebben op mij.

Angst

Normaal ben ik heel erg gefocust, maar nu heb ik moeite om me te concentreren. Ik heb het gevoel dat het heel erg belangrijk is om ALLES te weten. Wat al snel een voltijdse job blijkt te zijn.

Daarbij merk ik ook dat al die informatie me angstig maakt. En na een paar weken bang zijn, weet ik nu: daar kan je ook makkelijk een full-time mee vullen. Om nog maar te zwijgen van je handen wassen en hoeveel tijd je daarmee kwijt bent.

Op een bepaald moment leek het alsof mijn werkdag bestond uit de kleine stukjes vrije tijd die overbleven tussen al dat handen wassen en oppervlaktes desinfecteren en papieren doeken weggooien.

Als de realiteit de fictie inhaalt

Deze angst wordt mogelijks versterkt door het feit dat ik momenteel werk aan een fictiereeks over een kleine groep mensen die zich achter een muur hebben teruggetrokken en een nieuwe samenleving hebben opgericht nadat een dodelijk virus iedereen heeft uitgeroeid.

Op dit moment staat op het scherm van mijn pc een artikel open met een beeld van een lunchruimte in een Chinese fabriek, waar alle werknemers op twee meter afstand van elkaar hun boterhammen opeten. En ik denk: gaan de mensen in mijn reeks ook zo lunchen?

En zo is elk artikel dat ik openklik rechtstreekse inspiratie voor mijn angsten én voor de reeks waar ik aan werk. Maar erger zijn de dingen die ik maanden geleden zelf verzonnen heb, en die nu realiteit worden.

Ik weet nog hoe ik vorig jaar in juni op een brainstorm vrolijk zei: ‘Volgens mij gaan de mensen geen handen meer geven. Ik denk dat ze dat hebben afgeleerd.’

Mijn collega’s keken me wat vreemd aan. Het idee werd toen niet weerhouden.

Smetvrees

Fast forward naar vandaag. Je moet al een suïcidale zot zijn als je vandaag nog een hand of kus wil geven aan een iemand van je familie, laat staan een vreemde.

Ik heb deze ochtend – zonder overdrijven – mensen in totale angst zien wegduiken omdat iemand op een paar meter afstand van hen niesde. Nog even en we vragen aan mensen om hun elleboog in de vuilbak te gooien, nadat ze erin geniesd hebben.

En dus begin ik plots bij elk idee te twijfelen: zal ik dit wel opschrijven? Of gaat dit dan ook allemaal gebeuren? Want dit, dit is wél echt te gek voor woorden.

Maar dan denk ik aan de rij voor de supermarkt vanochtend en de vakken die aangaven waar ik moest staan, aan die jongen met z’n plastieken handschoenen die mijn winkelkar ontsmette. En ik weet: niets is meer te gek voor woorden. En dan: niets wordt nog hetzelfde hierna.

Op rollen

En net als ik helemaal in die bubbel zit van mijn handen wassen (en nog eens opnieuw wassen, want ik heb de klink aangeraakt en die was misschien besmet, want ik kom van de supermarkt en je weet maar nooit) en beangstigende nieuwsartikels lezen en angstige gedachten onderdrukken, komt er een berichtje binnen in de WhatsAppgroep van mijn gezin.

Het is een berichtje van mijn vader die zegt: ‘Alles voorbereid om morgen een tochtje te maken op rollen’. En daarbij een foto van zijn koersfiets die hij op twee rollen wc-papier heeft gezet. Ik moet lachen.

En ik besef plots: oké, sommige dingen blijven hetzelfde. Dus misschien is dit morgen allemaal gewoon voorbij.

En dan kunnen we met onze ranzige geschilferde handen en asymmetrische kapsels gewoon weer samen lachen. Want dat is hoe het gaat, ook dit wordt ooit gewoon weer een passage in het gekke ding dat ‘het leven’ heet.

De coronacolumns van de familie Theunynck

Benieuwd hoe het de rest van de familie Theunynck vergaat in quarantaine? Lees dan ook de coronacolumn van zus Sara en ouders Machteld en Peter.

Heb je zelf ook last van coronastress? Deze tips kunnen je helpen. Meer artikels over je gezinsleven tijdens de coronacrisis kan je hier terugvinden.

Volg de Gezinsbond ook op Facebook, Twitter en Instagram om op de hoogte te blijven van nieuwtjes en activiteiten. Lid worden van de Gezinsbond kan hier.

Gepubliceerd op: 03/04/2020

Tags: ,