Een spelletje spelen met de kinderen, leuk! Maar als je met erg jonge kinderen speelt, kan een gezellig familiemomentje al snel eindigen met een huilende en boze verliezer. Jonge kinderen vinden verliezen erg moeilijk. Hoe komt dat toch?

Vanaf een jaar of vier kunnen kinderen eenvoudige spelletjes spelen. Denk maar aan tikkertje, verstoppertje, voetballen of een eenvoudig bordspel. Spelletjes met regels helpen om de sociale vaardigheden van je kind te ontwikkelen. Het leert onder andere om zijn beurt afwachten, de regels volgen, en… omgaan met verliezen.

Dat laatste is een heikel punt bij veel jonge kinderen. Het wedstrijdelement zorgt ervoor dat kinderen erop gebrand zijn om te winnen: ze doen er alles aan om als eerste te eindigen. Als dat niet lukt, kunnen ze vaak heftige emoties en gedrag vertonen: huilen, roepen, slaan, etc.

Rond zeven à acht jaar dat ze gemakkelijker kunnen samenwerken en de spelregels beter begrijpen. Pas vanaf hun negende levensjaar hebben kinderen die gevoelens beter onder controle.

Slechte verliezer, hoe komt dat?

Maar tot het zover is zijn de meeste kinderen dus slechte verliezers. Dat heeft een paar redenen:

-Weinig zelfvertrouwen
Misschien heeft je kind weinig zelfvertrouwen. Verliezen betekent in dat geval dan een bevestiging daarvan: ‘Zie je wel, ik kan het niet, ik bak er niets van en ik zal het nooit kunnen’. Met andere woorden: je kind heeft het gevoel dat hij gefaald heeft. Confronterend voor een jong kind.

-Niet zoals gepland
Heftige emoties kunnen het gevolg zijn omdat de zaken niet lopen zoals gepland. Hij had in zijn hoofd dat hij het spelletje zou winnen en dan wordt het duidelijk dat het niet zo zal zijn. Zeker bij spelletjes waarbij hij de hele tijd de overhand heeft en dan plots verliest, kan de teleurstelling heel groot zijn.

-Hoge lat
Of het kan zijn dat je kind de lat voor zichzelf te hoog heeft gelegd, dat zijn ambities te groot waren voor het spel: hij heeft zich extra ingezet, alles op alles gezet om te winnen en dan verliest hij alsnog. Dat is een harde klap.

Schuld van de ander

Verliezen leer je met vallen en opstaan, en dat vraagt tijd. Tot ze dat geleerd hebben, vertonen kinderen gemene trekjes: ze spelen vals (om toch maar te winnen) of het is altijd de schuld van de ander dat ze hebben verloren. Het zijn indicaties van de onmacht die je kind op zo’n moment voelt.

Hoe reageren?

Voor ouders kan het moeilijk zijn met die heftige reacties om te gaan, omdat ze in onze ogen buitensporig lijken. We kunnen ze niet begrijpen en daardoor reageren we met opmerkingen om te kalmeren of ‘dat het zo erg niet is’. Of we lachen de emoties weg.

Maar je kind wil dat je dit ernstig neemt, hij wil dat je inziet hoe moeilijk het voor hem is om te verliezen. Dat wil niet zeggen dat je helemaal moet meegaan in zijn verdriet of woede, maar wel dat er ruimte is voor die gevoelens en dat die ook mogen bestaan.

Probeer zijn gevoel te erkennen, zonder het (ongepaste ) gedrag goed te keuren. Bij een kleuter zal dit in simpele bewoordingen moeten zijn, met een eenvoudig alternatief. ‘Je mag boos zijn dat je hebt verloren, maar sla dan tien keer op een kussen in plaats van zo te roepen, want dat doet pijn aan mijn oren.” De kleuter moet leren begrijpen waarom het gedrag zo wordt afgekeurd, dus een reden vermelden is altijd een goed idee.

Bij schoolkinderen mag je verwachten dat het gedrag minder extreem is: ze mogen teleurgesteld en boos zijn, maar ze kunnen het beter uiten en kanaliseren.

-In een uitbarsting van woede blijf je zelf beter kalm. Gemakkelijker gezegd dan gedaan en het zal ook niet altijd lukken, maar het is wel een streven. Je kind heeft er niets aan als jouw emotie ook nog bovenop die van hem komt.

-Probeer ook niet te veel te praten of uit te leggen: zolang het kind in de emotie vast zit, kan hij toch niet luisteren. Praten over wat dit nu was, waarom het gebeurde en hoe het anders kan, komt na kalmering.

Blijf alert voor de reacties van je kind zelf. Sommige kinderen ontwikkelen faalangst en enkel hele gemakkelijke spellen uitkiezen, die ze zeker winnen. Dat daagt hen niet uit, leert hen niet omgaan met teleurstelling en leert hen niet doorzetten. Daarom kan je ook beter inzetten op doorzetten, opnieuw beginnen en vooruitgang in plaats van het resultaat belonen.

Leren omgaan met verliezen

Omgaan en reageren op het gedrag van je kind is één ding, maar even belangrijk is dat je hem leert omgaan met verliezen. Alle vaardigheden kosten tijd om te leren en moeten geoefend en herhaald worden, tot ze het onder de knie hebben. Of tot je kind op zijn minst instaat is gepast te reageren op een verloren spelletje of wedstrijd.

– Kansen geven
Verliezen moet geoefend worden, dus moet je kind ook de kans krijgen. Blijf dus spelletjes en wedstrijden spelen, zodat die kans zich voordoet.

– Geef het goede voorbeeld
Je eigen gedrag als je (ploeg) verliest, is een richtlijn voor je kind. Benoem dat je teleurgesteld of verdrietig bent, en uit dit in gepast gedrag (een rondje lopen rond de tafel). Gedraag je sportief bij een verloren match: groet de tegenstander. Zeg ook dat je niet opgeeft, blijft oefenen, misschien lukt het de volgende keer dan wel.

-Leren winnen
Ook hoe omgegaan wordt met winst bepaalt de reactie op een verloren spel. Een goede winnaar lacht de tegenstander niet uit, wrijft het niet onder de neus of eigent zich allerlei voordelen toe.

-Gevolgen
Verbind geen ‘straf’ aan verliezen, of dat nu materieel of emotioneel is. Behandel een kind niet anders na een verloren spel.

Dat is een werk van lange adem, maar met de hulp van zijn ouders lukt het wel!

Tags: , , ,